Duitsland 2020

EN NU NAAR DUITSLAND !

Wanneer je alleen op reis bent, wat maar al te vaak gebeurt, ben je aan je eigen lot overgeleverd, maar soms is het leven goed en geeft het je de kans erop uit te trekken en iets van de wereld te zien, al is het maar bij stukjes en beetjes”

CLAUDIO MAGRIS in DONAU (p.16)

Zaterdag 1 augustus 2020

Paul Simon heeft ons al veel wijsheid gebracht. Er zijn ’50 ways to leave your lover’ en tegelijk ben ik ‘still crazy after all these years’ op haar. Ze laat me nu gaan. Voor vier weken. Ik mag ongestoord trappen in Duitsland. Dank u schat.

EEN VEEL TE HOOG GEGREPEN TOCHT

Zoals gebruikelijk. Er is een vaag plan, een summier plattegrondje, een oude wegenkaart. Ilja trapte ook met die filosofie naar Genua in 2008. Ik start in Aken. Daarna Bonn. Daarna GieBen, Fulda, Erfurt, Weimar, Leipzig, Chemnitz, Hof, Bayreuth, Regenburg, Ingolstadt, Ulm, Freiburg, Heidelberg, Mainz, Koblenz … und zu Hause. Tegen dan zullen de pruimen in de Beekstraat rijp zijn, de courgetten op drift, de braambessenpluk voor me, de Lokerse Veloqueeste zal kunnen ingereden worden …

De tocht wordt bijna zeker een afgeleide want toen ik alle kilometers netjes optelde op Mara’s rekenmachine kwam ik al ter hoogte van Wiesbaden aan 1725 kilometer. En dan moet ik het Eifelgebergte nog over en ligt het uitgestrekte Zwarte Woud achter me. We zien wel, er moet niets worden afgevinkt, niets op de server tegen deadline X of Y …

OPKUIS OP VORMINGPLUS

Kilo’s papier –oude brochures, krantenartikels over India, een onderzoek van DieGem over de migrantenstad en superdiversiteit en solidariteit …. - 95% wordt terug tot pulp vermalen maar ik botste ook op een oud gedicht van H.C. Ten Berge uit 1938 over tijd, drie regels bleven me bij :

Tijd is diep geaard, hij ruikt naar de seizoenen

Een geur dunt uit, een maand verglijdt.

Hij nestelt zich in mest en fruit, een rozelaar, kastanjebladeren.

Misschien is het deze eenvoudige geur die ik in Duitse bossen, valleien en bergen hoop te mogen inhaleren?

BOEKEN

Eén van de prettigste aspecten van op reis gaan is mogen kiezen welke boeken je zal meenemen. Voor mij is het belangrijk dat er daarbij een symbiose is tussen de plek, het land, de streken en de velletjes. Ik kom dus uit bij :

  • “Wir schaffen das” van Frank Vermeulen, over het verband van de vluchtelingencrisis en de Duitse identiteit
  • “De laatste getuige” van Pieter Serrien over hoe Louis Boeckmans Breendonk en Buchenwald overleefde
  • Omdat ik per se ook naar de vroegere DDR wil ga ik het uitstekende “De Grensganger” van Johan de Boose herlezen, als talisman hanteren
  • Aan “Hitler, de Duitsers en de Holocaust” van Ian Kershaw twijfel ik nog maar alleen omdat het boek zo zwaar weegt.

FREIBURG WORDT HET DESSERT VAN DE REIS

Van de cultuursteden Erfurt en Weimar verwacht ik veel, maar al jaren staat ook Freiburg bij de Zwitserse grens op mijn imaginaire lijstje. Ik vond weeral bij het opkuisen van mijn buro nog een oud programma uit 2015 van GroenPlus over de ‘duurzame, gezellige stad met levenskwaliteit voor jong en oud’.

Freiburg wordt een schoolvoorbeeld van een ‘stad van korte afstanden’ genoemd, er is een doortastend fietsroutenetwerk en een Klimaat Actie Plan die me aan het ‘Energy Descent Plan’ van Totnes doet denken. Rieselfeld wordt een modeldistrict genoemd, ik voel aan mijn water dat ik inspiratie voor de Melkaderwijk in Kallo zal opdoen. Een zonnedorp, het modeldistrict Vauban natuurlijk, een Heliotrop … Luc Debruyst van Groen! Oostkamp gaf er ooit in Sint-Niklaas een inspirerende lezing over. Ik kan er over lezen maar we weten dat woorden wekken maar voorbeelden die je zelf ziet en ervaart strekken. Onze kinderen zijn niet voor niets naar een methodeschool geweest.

VERDWIJNEN

Ik verdwijn dus even, duik rond 28 juli terug op, zal flyers verdelen voor een schitterende fietstocht waar tien Lokerse burgers binnen de Lokerse Queesten keihard en met tomeloze creativiteit en geestdrift hebben aan gewerkt. Op 1 augustus wil ik mijn ploeg uit Brugge zien schitteren in de Bekerfinale en aan de Lokerse stadsloop deelnemen.

Tada ! Bis wiedersehen !

VRIJDAG 3 JULI 2020

Eerste volle dag op bivak. Ter hoogte van Dedenborn verbreedt de Rur fors. In Monschau- in het Frans klinkt dat mooi als Montjoie- een hele deugddoende babbel met Teun gehad. Vanuit Groningen is hij met een tweedehandse Koga op weg door Duitsland om terug met zijn studies Duitse literatuur aan te knopen. We raken gepassioneerd aan de praat over Rilke, Goethe, Hermsen, Thomas Mann, Rutger Bregman, digibesitas, ik trakteer koffie, over het verdriet van de Rif, over Hamburg waar zijn lief woont, Praag, Leipzig, Lvov, Roemenië …

Door de Rur te volgen van Monschau tot Nideggen kan ik meteen mijn longen volzuigen, de klaterende rivier, de perfecte bewegwijzering, de desolate en preigroene bossen … het is meteen een sublieme fietservaring.

Steve toonde me gisteren zijn weelderige moespercelen, slapen deed ik ongewild gratis op de camping van Roetgen, de receptie was potdicht, zowel in de late avond als in de vroege ochtend.

Eerste grote halte wordt BONN vandaag.

ZATERDAG 4 JULI 2020

BONN IS EEN PERFECTE STARTHALTE VOOR 24 DAGEN DUITSLAND

Ik doe me tegoed aan een Grosse Frappé (Eis mit Frisch Kiwi) en bevindt me wellicht in één van de meest gekleurde wijken van Bonn, één spoorwegovergang en je bent soms in een compleet andere wereld, werelden in dit geval. Zware straatdrinkers kruisen het voetpad met gesluierde Somali, op het terras kan ik Albanees en Arabisch onderscheiden.

Het was een goede beslissing om een volle dag voor Bonn uit te trekken. Drie grote bezoeken afgelegd: het geboortehuis van Ludwig von Beethoven, het Altes Friedhof en Das Haus der Deutsche Geschichte.

Het museum rond de beroemde componist is interessant maar druk, corona maakt het niet echt prettiger. Het oude kerkhof met zijn oude bomen en prachtige praalgraven (altijd fascinerend om zien hoeveel ongelijkheid er ook in de dood is) is een zeer geslaagde afwisseling met het drukke stadscentrum. Na veel zoeken vind ik met hulp van een kranige zeventiger het graf van de moeder van Beethoven. Robert Schuman en Klara liggen er ook maar waren makkelijk te vinden.

Het Huis van de Duitse Geschiedenis is een voltreffer. Het bevat een behoorlijke overkill aan objecten en foto’s, vlaggen, borstbeelden, iconische tv-en archiefbeelden. De geschiedenis start in 1945 en eindigt met het drama van de peuter Aylan, verdronken in de Middellandse zee. Dat Duitsland worstelt met zijn vluchtelingen wordt goed gedocumenteerd in ‘Wir schaffen das’ van de Nederlandse NRC-correspondent Frank Vermeulen.

Daartussen: lange tijd het stabiele haast gebetonneerde politieke landschap tussen SPD en CDU/CSU, geflankeerd door de kleine FDF (liberalen). Monsterscores voor Konrad Adenauer, Willy Brandt, Helmut Kohl. De opkomst van de Groenen, intussen is er de Afd, de volatiele kiezer doet zijn intrede, weg met de overzichtelijkheid en de voorspelbaarheid. Het Haus (zeg niet museum) behandelt open en eerlijk, zeer omstandig en met sterk ‘materiaal’ zeventig jaar Duitse geschiedenis; de maatschappelijke breuklijnen als klimaat en migratie zijn niet genoemde maar heldere breuklijnen.

Het proces van Neurenberg, het bouwen van de muur, de eerste marsen tegen Atoomwapens, de hereniging van ‘twee Duitslanden’, ik word meegezogen van de ene affiche in een volgend attibuut. Dat kan een trommel van de Oost-Duitse communistische jeugdbeweging zijn maar ook de ontreddering van Berlijnse burgers aan de verkeerde kant van de muur in 1961, een vrouw maakt een dodelijke val uit hoge appartementsblokken.

Ik tekende ook nog een petitie voor een fietsvriendelijker Bonn –Marlin uit Freiburg (!) en zijn strijdmakkers hebben er 10.000 nodig. Dan moet de politieke overheid zich er verplicht over uitspreken. Het levert me naast een mooie foto ook een adreskaartje op om bij zijn groene ouders in Freiburg te mogen overnachten.

ZONDAG 5 JULI

DE LAHN VOLGEN MET EEN GEZWOLLEN BEEN

Van Bonn via Koblenz naar Dias! De dokter en zijn lieftallige assistente in het Krankenhaus –geef toe, in het Duits klinkt een ziekenhuis zoveel verschrikkelijker- zouden compleet in schok zijn als ze hadden gemerkt dat ik al hun lieve adviezen ter genezing van een allergische reactie op mijn been compleet NIET ter harte heb genomen. Het been moet koel worden gehouden, een beetje opwaarts worden gehouden. Wat blijkbaar moet gebeuren is in alles het tegendeel: het been warmt 120 kilometer op en staat de hele dag strak gespannen. Het been moet samen met zijn baasje immers in Limburg an der Lahn geraken. Het been komt verstijfd en strak gezwollen aan in Dias, op een boogscheut van de hoge en fraai gelegen Limburgse Dom.

De natuur is mooi maar Bundesland Reinland-Pfalz is niet plat, toch niet als je even de lieftallige vallei van de Lahn verlaat. Onderweg hoge burchten, ik besef op het einde van de dag dat ik wat meer haltes had mogen houden. Waarom zo maniakaal op het doel gericht zijn? De boeddhist mag nog wat meer wakker worden in mezelf. Morgen hangt alles af van het been, als het ontzwollen ontwaakt trekken we naar Giessen.

MAANDAG 6 JULI 2020

 Ik besluit het slechts langzaam herstellende been een rustdag te geven. Zo is er plots een zee van tijd om het erg mooie Limburg te bezoeken. De Dom is inderdaad een pareltje. Ik beëindig ‘Wir schaffen das’ in een winkelstraat.

Het boek blijft een prima inleiding om het actuele thema van de nieuwe vluchtelingen in Duitsland te begrijpen. De hele complexe kwestie van integratie valt misschien goed samen te vatten met een vegetarisch bezoek aan een Armeens restaurant in de rustige binnenstad van Dias gisteren. De jonge erg hoffelijke kelner zegt me: ‘Ich bin auch Armenier, wie meine Eltern’. En als ik hem feliciteer met de maaltijd laat hij de mooie Duitse woorden vallen: ‘Es freut mich sehr’.

De prognose is dat de bevolking in Duitsland tegen 2050 zal zakken van tachtig miljoen vandaag naar vijfenzestig miljoen. Zal Duitsland dan de vandaag aangekomen burgers van Eritrea, Syrië, Venezuela, Irak die ook in deze winkelstraat flaneren niet verschrikkelijk hard nodig hebben? Voor zijn ziekenhuizen, zijn auto-industrie, zijn wegenonderhoud?

Fijne babbel met schrijnwerker én Berlijner Thorsten die het over de ongelooflijke stilte van Mecklenburg-Pommeren heeft. Ik doe hem twee donkere Westmalle’s cadeau , dat is ook deels uit eigenbelang, wat ik niet nodeloos moet meezeulen schenk ik beter weg.

DINSDAG 7 EN WOENSDAG 8 JULI 2020

Ontzettend veel kilometers gemalen, wellicht meer dan tweehonderdvijftig in twee dagen. Limburg, Alsfeld, Dias, allemaal pareltjes. Maar na een druipnatte woensdag via de N9 en wat geploeter rond Bad Hirsberg toch het meest onder de indruk van Eisenach. Wat een onbekend juweel met een grootse geschiedenis en toonaangevende figuren als Bach en Luther.

Om alle spullen te drogen heeft Sofie een geweldige hotelkamer geboekt. Ik was t-shirten, sokken en onderbroeken in de lavabo, de kamer wordt één groot droogrek.

Zelden zo’n groen-weelderige en desolate route tot vlak voor de stad gefietst als de klim en daling naar Eisenach. Het wordt kiezen morgen: Bach- of Lutherhuis of de Warburg, Gotha en Erfurt zijn volgende etappes. Nu ik in de ex-DDR ben ga ik de kilometers wat laten zakken. Het lezen van ‘De grensganger’ van Johan de Boose uit 2006 is een boeiende talisman nu ik deelstaat Hessen voor Türingen heb omgeruild.

DONDERDAG 9 JULI 2020

STARTEN MET BACH IN EISENACH

Het Bachhuis is een hele brede en intense kennismaking met het leven en werk van de meester. Aan het oude woonhuis is ook een nieuwe vleugel gebouwd. Kosten noch moeite zijn gespaard om aan de hand van schilderijen, een live concert op diverse orgels mét gepassioneerde uitleg, heel veel muziekinstrumenten, beeldhouwwerk van de karakeristieke kop een brede Bach-ervaring te maken.

Bach is geboren in 1685 in Eisenach en had twintig kinderen ‘verspreid’ over twee vrouwen, veel van de kroost overleefde het vijfde jaar niet. Wegens ‘halsstarrigheid’ heeft Bach ook veertien dagen in de gevangenis van Weimar doorgebracht. Zijn muzikale leven verplaatste zich naar Ohrdurf, Arnstadt, Dornheim en natuurlijk Weimar en Leipzig waar hij woonde en werkte tot zijn dood in 1750. Het bezoek is veel rustiger en tegelijk uitgebreider dan het Beethovenhuis in Bonn. Nu naar de Wartburg!

Intussen nader ik Gotha. Tragisch nieuws van een zelfdoding uit Lokeren. Deugddoend gesprek met mijn moeder die zegt dat ik voor corona moet opletten en of ik niet bang ben. Twintig kilometer met Radek meegefietst, een Duitse Pool of Poolse Duitser uit Gliwice. Toen er in de Volkswagenfabriek in Silezië vijftig arbeiders teveel waren en die in Eisenach konden starten waagde hij zijn kans. En bleef hangen, aan mijn zijde houdt hij een loftrompet over Eisenach. Migratie is niet altijd tragisch, Eisenach is een deel van zijn culturele identiteit geworden. Migratie is complexe lasagne.

We babbelen honderduit. Over PIS, over zijn fietstocht naar Parijs voor een goed doel, hij deed tweehonderd kilometer per dag. Hij toont vol trots alle persaandacht en sponsoring die dat opleverde. “Je mag altijd bij ons blijven slapen” en we nemen afscheid aan het reusachtige onderstel van een al even reusachtige brug in Sättelstadt.

VRIJDAG 10 JULI 2020

BEZOEK AAN VOORMALIGE STASI-GEVANGENIS ZINDERT NA

Ik plak en stink en zit zonder water na een nachtje wildkamperen. Karolien van Weimar is lerares geschiedenis en bestudeert ‘DDR-gebouwen’ op het archief van Erfürt. Ze spreekt me aan, we geraken pratend snel onder stoom. Karolien toont me op een detailplattegrond van Weimar waar ik zeker moet op letten, maar ze weet ook alles van Hotel Der Elefant waar Hitler meer dan dertig keer verbleef en waar hij vaak op het balkon verscheen. We hebben het over de serie ‘Weissensee’ (das war nicht slecht, zegt ze). Ze noemt zichzelf een Bildingsburger, ze voedt graag mensen op, we lachen om dat woord. ‘Das Gedenkmal für die Opfer der DDR mussen sie sicher besuchen’, ik weet straks wat te doen. Ze toont me ook een rustige camping aan. Karoline weet alles, en legt alles met engelengeduld uit. Ze is een engel die op het perfecte moment uit hemel kwam vallen. De stumperige nacht is snel verteerd, de Dom en Severi-kerk zijn de moeite waard.

De gedachtenis- of herinneringsplek in de Andreasstrasse blijkt een voormalige gevangenis te zijn waar de DDR zijn tegenstanders opsloot. De meest banale redenen waren daarvoor snel voldoende. Het heeft veel gemeen met Hohenschönhausen in Berlijn en is educatief zeer goed uitgebouwd. De cellen, de verhoortechnieken, de eenzame afzondering, de wandeling met zes zonder gesprek gedurende een half uur in de voormiddag, het plakt aan mijn vel. Het is het decor van ‘Das Leben der Anderen’ en ‘Weissensee’ ten voeten uit. Er is ook een aparte expo over ‘die Wende’ in 1989, het volk in Erfurt dat in opstand komt. De burgerdialogen die op gang komen, het bezetten van de gevangenis, het trachten greep krijgen op de gigantische archieven. Wat begon met een terloopse tip mondt uit in een hele namiddag verbijsterd en gretig beelden en informatie opzuigen.

Een vriendelijke familie rijdt tien kilometer met me mee richting WEIMAR. Hij is leraar geschiedenis en kent de naam van Louis Boeckmans, een Belg die in BUCHENWALD overleefde en wiens verhaal door Pieter Serrien is opgetekend. Om vijf uur in de namiddag zeig ik neer voor kwarktaart aan de Theaterplatz met uitzicht op een broederlijk standbeeld van Goethe en Schiller. Ik besluit een dubbele overnachting te boeken rond ‘Schloss Tiefurt’.

Domper op alle euforie, maar problemen oplossen is een deel van het reizen. Het versnellingsapparaat slaat helemaal in een knossel en dat verandert alles in een oogopslag. Het wordt plots te voet ‘knosselen’ naar een camping nabij de Ilm vier kilometer verderop. Een verschrikkelijke tang van een uitbaatster die op het soort toeristen als ik als stront neerkijkt, geeft na lang aandringen een morzel grond ter beschikking, maar liever had ze me een kamer verpatst van 36 euro. Morgen dus andere katten te geselen, zo snel mogelijk bij een fietsenmaker in Weimar zien te geraken en hopen dat een ‘voorspoedig herstel’ kan georganiseerd worden. Beetje bang afwachten. Zal al mijn skills moeten gebruiken en hoofd koel houden.

ZATERDAG 11 JULI 2020

DE EERSTE STAPPEN IN WEIMAR

Een mirakel, ik stap de eerste de beste fietsenmaker binnen en Karl met dertig jaar ervaring ‘schafft’ het. Op amper drie kwartier is de klus geklaard, ben blij hem een dikke fooi te kunnen geven. Een uitstulping van het kader had een flinke knauw gekregen, op een haar na stopte hier de reis.

Een muzikant in de Schillerstrasse speelt Leonard Cohen, ik vergaap me in de Herderskerk aan een triptiek van Lucas Cranach, er is zowel nationaal-socialistische als communistisch-socialistische als Bauhausarchitectuur. Ik struikel over de borst-en standbeelden van Goethe, Schiller, Herder, Bach. Een kleine ‘critical mass’-massa van bonte en jonge fietsers passeert, uit de box in het aanhangwagentje schalt Neil Young. De stad is overweldigend, overdadig en ik vraag me af of de koffiedrinkende mensen onder het balkon van Hotel der Elefant weten dat Hitler regelmatig op die betonplaat verscheen? Er is ook geen enkele aanduiding die dat duidt, misschien willen ze vermijden dat een bedevaartsplek wordt voor neonazi’s? Er is een aparte dame aan een apart loket die alle vragen over een bezoek aan Buchenwald behandelt.

Ik ga ontbijten op het oude kerkhof, een schitterend park overigens, en trek door naar het Bauhaus-museum. Net voor Bauhaus (1919-1933) was Antwerpenaar Henry van de Velde een toonaangevende figuur. Ludo Abicht droeg aan Bauhaus-t-shirt op een lezing over wijlen Vermeersch omdat er zo weinig aandacht naar toeging in onze media. Maar dat was de tijd dat we nog onbezonnen met dertig mensen in lokaal F in het Cultureel Centrum van Lokeren mochten samenhokken, dat handgel enkel thuis in de badkamer stond en mondmaskers iets voor fietsers in Boedapest. Dat je cursisten handen gaf en enkelen zelfs zoende.

Op het kerkhof gebeuren de gekste dingen. Een jong koppeltje vraagt me de uitgang, een oudere man steekt de loftrompet over de groene burgemeester van Freiburg en twee Russische oudjes laten me niet binnen in ‘hun’ Russische kerk omdat ik een korte koersbroek draag. Na een bezoek aan de sarkofagen en loodzware bombastische kisten van Thüringse graven en hertogen, gravinnen en hertoginnen én Schiller én Goethe broederlijk naast elkaar doe ik nog wat stadsverkenning met de fiets. De vele lagen van de geschiedenis drukken zich ook uit in de architectuur, vooral rond het Neues Museum, het Bauhaus en de massieve droom van Hitler zijn de contrasten gigantisch. ‘Veel bouwstijlen zijn een ideologische reactie op een vorige’ wist Karoline  me in Erfurt al te vertellen.

Ik besluit enkele dagen in en rond de stad te blijven. Eerst de campingplaats in Ettersburg zien te vinden.

ZONDAG 12 JULI 2020

DAG VOL CONTRASTEN ROND WEIMAR. BUCHENWALD EN BAUHAUS.

Bezoek Buchenwald. Ik ben de poort met het bekende opschrift ‘Jedem das seine’ gepasseerd. Er is een enorme desolate vlakte voor me. De stenen structuur van talloze kampblokken markeren waar de barakken van de wanhoop hebben gestaan. In blok veertien bijvoorbeeld werden Roma en Sinti gegroepeerd, slechts enkelingen overleefden het.

Het kleine kamp waar Louis Boeckmans verbleef ligt achteraan en meer in de diepte. De leefomstandigheden waren daar nog primitiever. De barakken die normaal voor de paarden van de SS moesten dienen – funfzig Pferde- moesten nu plaats maken voor duizend tot tweeduizend mensen. Dwangarbeiders zoals Louis die van Breendonk kwamen werden hier van de rest van het kamp met prikkeldraad afgezonderd. In het kleine kamp stierven meer dan vijfduizend mensen. Overgroeid door bomen en struiken hebben enkele overlevenden pas in 1990 (na de DDR dus) een monument voor het kleine kamp opgericht. Alle plaatsen in Europa (zoals Breendonk) zijn in stenen plakkaten verwerkt in een plankier. Je beseft pas ten volle hoe internationaal dit terrein wel was als je de plaatsnamen Amersfoort, Czestochowa, Fresnes, Plzen enz. leest. Er is een kinderblok, gedenkplaten voor alle omgekomen burgers omwille en alleen omwille van het feit dat ze homoseksueel waren.

Ik voeg er nog een lugubere expo aan toe. Het Sovjet-Russische Speciaal Kamp Nr. 2  werd direct in 1945 opgericht en moest allerlei Duitse nazi-betrokkenen in het kader van ‘denazificering’ vastzetten. Het kamp dat erg stil werd gehouden voor familie en de buitenwereld werd pas in 1950 ontmanteld met de oprichting van de DDR in 1949. Er waren ook gevangenen die naar de verste uithoeken van de Sovjet-Unie werden verplaatst, naar Sachalansk bijvoorbeeld. Opnieuw. Honger, ellende,uitputting. Velen –meer dan zevenduizend- stierven hier en werden in het bos begraven. Alluminium staven getuigen vandaag van hun anonieme dood. De expo vergroot opnieuw de complexiteit van oorlog en voegt nieuwe lagen toe.

BEZOEK AAN BAUHAUSMUSEUM

De creatieve, kleurrijke, utopische, visionaire expo met krullen en gekkigheid maar ook met functionaliteit, vakmanschap, nadruk op samenwerking en gemeenschap is zowat in alles het tegenovergestelde van de horror van Buchenwald. Bauhaus ontstond in 1919 en eindigde abrupt in 1933 met de opkomst van het fascisme. Grote en bekende namen waren Paul Klee, Kadinsky, Walter Gruppius, Mies van der Rohe. De domeinen waarop de kunst en gebruiksvoorwerpen van Bauhaus waren geënt waren vaak op het dagelijkse leven van toepassing: het gaat over efficiënte keukens, prettig en functioneel meubilair, over hoe we willen wonen en hoe dat het samenleven zich kan ontwikkelen of eruit kan zien zonder het individu te verstikken. Dessau en Weimar zijn historisch en tot op heden belangrijke plekken voor Bauhaus maar het is een beweging die zich over gans Duitsland heeft getentakeld. Er staan Bauhausgebouwen in Berlijn, in Frankfurt, in Jena, ik zal er zelfs nog in het onooglijke Probstzella tegenkomen.

Er zijn toepassingen over speelgoed, theepotten, maar wat me vooral fascineert zijn enkele hedendaagse projecten die zich op Bauhaus laten inspireren. Kinderen met diverse achtergronden die op straat gaan musiceren, een groep burgers die binnen een samentuin co-creatief gaat samenwerken … zo is Bauhaus rechtstreeks met commons verbonden en burgerschap. Gedetineerden komen in beeld die verveling via kunst bestrijden en een groep senioren drinkt schnapps en legt kaart, soms verkleed in de stijl van Bauhaus.

In die zin heeft Hitler Bauhaus niet kunnen uitroeien maar zijn de toepassingen vandaag legio.

Een man uit Sint-Niklaas maant me aan ook het Neues Museum dat qua tijd voorafgaat aan Bauhaus zeker te bezoeken, maar het is zes uur als ik de deur van het museum achter me dicht trek.

Ik voel inspiratie opborrelen om in Kallo met Nathalie (Greet liet triomfantelijk weten dat team Kallo compleet is) via Bauhaus aan de slag te gaan. 

MAANDAG 13 JULI 2020

Een mooiere manier om Weimar uit te fietsen valt niet te bedenken. Ik mag het park doorkruisen met links van me het zomerhuisje van Goethe, rond Mellingen lopen de kinderen van de Waldorfschüle (voelt Steinerachtig aan) rondjes ‘und haben viel Spass’, de stroom Ilm is vlakbij, bewoners hebben bloemenperceeltjes aan tarweakkers en zullen zonnebloemen oogsten in september, een hummeltje van drie raapt haar fietsje van straat zodat ik geen enkele belemmering zou ervaren en in één vloeibare beweging tot Saalfeld zou glijden.

Ik nader het wapengekletter van de stad Jena. In 1806 leed het Pruisische leger een smadelijke nederlaag tegen de troepen van Napoleon. Tussen Gera en Altenburg hoop ik een slaapplaats te vinden. Alles gute!

Hoe lieflijk ook, 75 jaar geleden passeerden hier de Dodenmarsen, uitgeputte, uitgehongerde gevangenen uit Buchenwald die honderden kilometers te voet aflegden. Over die marsen geeft Pieter Serrien volgende duiding in ‘De laatste getuige’: ‘De grootste dodenmarsen volgden na de geallieerde inname van de Duitse grensgebieden in april 1945. Naar schatting 800.000 gevangenen ondergingen deze dodelijke voettochten. Een kwart miljoen kwam daarbij om. De meeste gevangenen in Buchenwald en Dora werden begin april op mars gestuurd, zo ook Louis en de anderen uit het subkamp Blankenburg’ (p.175).

De Amerikaanse troepen naderden dus. Wie het tempo op deze marsen niet kon volgen werd eenvoudigweg afgemaakt/ kaltgestelt onderweg. Wat ik nog nergens las is welk effect de uitgemergelde gevangenen moet hebben gehad op de Duitse bevolking in de dorpen? Of liepen ze in bochten om de dorpen heen?

Plannen gewijzigd. Omdat het zo lieflijk fietsen is langs de Saal besluit ik richting Saalfeld aan te houden en Leipzig en Chemnitz te knippen.

In Saalfeld een prima slaapplek op dichte afstand van de stad (1 kilometer) en op dichte afstand van de Saal (1 meter) gevonden.

Schema verder uitgedokterd tot Freiburg.

DINSDAG 13 JULI 2020

Ik ben in Probstzella. Nabij een fraai Bauhaushotel –Haus des Volkes- vraag ik een dame op het kerkhof naar het Grenzmuseum. Ik peil voorzichtig naar de DDR-tijd, maar ook naar haar eigen geschiedenis. Terwijl ze haar verhaal doet vloeien de tranen over haar wangen. ‘Het was een slechte tijd en we moesten altijd maar werken, veel zinloze arbeid. We zaten gevangen in het systeem’. (‘Wir waren eingesperrt’). Ons gesprek duurt maar vijf minuten maar ze staat erop me tien euro te geven, alsof ik een pretherapeutisch consult afnam. Ik weiger, maar ze wil het per se. Het is niet voor de centen maar voor de bijzonder emoties één van de mooiste ervaringen op deze reis.

Probstzella –het klinkt haast Slavisch zoals de Boose ook opmerkte bij zijn passage in 2005- is een grensdorp van Thüringen maar ook de plek waar de treinen stopten in de DDR-tijd. Samen met Ludwigsstadt aan de andere kant van het gordijn zijn het plekken van zowel grote als kleine geschiedenis die in ‘De Grensganger’ uitgebreid beschreven staan.

Het is amper twaalf uur maar het kwik klimt gestaag naar de dertig graden. Op de weg langs de Loquitz kom ik geen enkele fietser tegen, het fietspad bestaat haast onduits  uit ruwe stenen en bij venijnige knikken tot vijfentwintig graden moet ik het hoofd buigen en deemoedig afstappen.

De dame laat me niet los, veel medewerkers van het systeem, van de Stasi waren ook in het dorp actief en ‘hebben veel verdiend’ aan ons isolement. Boos noemt ze zich niet maar er is wel een opgestapeld verdriet. ‘We hadden wel ons dagelijks brood’ sluit ze af. Ze stapt in haar zware Mercedes en we zwaaien hartelijk naar elkaar.

Het Grensmuseum is helaas pas op woensdag open maar de affiches die in het station hangen liegen er niet om. Met de nodige zwaarte zijn er fototentoonstellingen als ‘Täter Opfer Mitlaüfer’ –daders, slachtoffers, meelopers- en ‘Stacheldraht und Minenfeld’ , een verhalenboek.

Tussen Probstzella en Ludwigsstadt ligt een verdomd nijdige klim, je komt zomaar Thüringen niet uit. Ik ben zo bekaf dat ik besluit me even te verwennen met een treinuurtje tot in Bamberg.

Bamberg is een parel, terecht met twee sterren bekroond in mijn middelmatige gids. Op één of andere manier doet het me aan Praag (in het klein dan) denken. Het telt 2300 officiële monumenten, ik bezoek de Dom en vergaap me aan het Altes Rathaus. Elk jaar komen twee miljoen bezoekers naar de stad van amper tachtigduizend inwoners. Langs de Regnitz is snel een goed geoliede camping gevonden. Gerhard fietst zomaar vijf kilometer met me mee om me wegwijs te maken.

WOENSDAG 14 JULI 2020

Het gutst terwijl ik richting Rothenburg door het Beierse landschap fiets. De eerste zeventig kilometer zijn weinig bijzonder, het fietspad loopt vaak parallel met de drukke B470. In Neustadt am Schwaich is mijn pijp behoorlijk uit, tegen de wind beuken en striemende regen kan een vijftiger met overmoed uitputten. Maar een kwarktaartje op het marktplein doet dan toch wonderen. De laatste twintig kilometer naar Bad Windsheim volgen dan toch de Aisch die lange tijd een spookrivier was. Met die kwark in mijn kuiten vlieg ik terug door het landschap, het is doodgewoon boerenland, Sofie heeft voor de tweede keer een kamer geboekt want er moet veel worden gedroogd.

Hier en daar zijn er al lichtrijpe appelen, het kersenseizoen is nu helemaal voorbij, met wat geluk kan ik ook al in de remmen springen voor wat vroege braambessen. Het is ronduit indrukwekkend hoeveel tonnen en tonnen fruit er in de publieke ruimte, langs veldwegen, midden op marktplaatsen, in bebost gebied zomaar voor het plukken hangen.

Er zijn ook kerselaars die onder de droogte lijden liet een fietser uit Eisenach me weten. September moet een uitstekend seizoen zijn om Duitsland te doorkruisen.

Na de douche verken ik te voet BAD WINDSHEIM. Ik besef nu pas hoe bijzonder de plek wel is waar ik gestrand ben. Het oude centrum is veertiende-eeuws. Het huis waar ik slaap was de vertrekplaats van de heer Pastorius, hij stichtte na drie maanden varen in Pennsylvania in 1683 als devoot mennoniet of quaker een dorp waar het christelijk geloof goed kon gedijen en werd er ook nog burgemeester. ‘In der neuen Welt sollte es möglich sein, ein stilles und christliches Leben zu führen’ vertellen de panelen aan de muur. Het dorp werd GERMANTOWN genoemd.

DONDERDAG 15 JULI 2020

WOLFSKINDER IN FRANKENLAND NABIJ DE TAUBER

Het ‘Fränkisches Freilandmuseum’ blijkt uiteindelijk vijfhonderd hectaren (!) te beslaan. Een dagprogramma, ik bezoek de brouwerij, een koestal, oude kapel, de open schuur met de landbouwwerktuigen, er is veel aandacht voor land- en tuinbouw , kennis over de medicinale kracht van planten, ook in de Frankische tijden was er al druiventeelt …

In één van de gebouwen is een expo genaamd ‘Wolfskinder. Verlassen zwischen Ostpreussen und Litauen’. Het zijn verschrikkelijke en haast ongelofelijke verhalen van kinderen die hun ouders kwijtraken in de chaos van de tweede wereldoorlog. Ze overleven in bossen, moeten aankloppen bij boeren in Litouwen, een nieuwe identiteit opbouwen. Ze verleren snel de Duitse taal, komen in kolchozen of fabrieken terecht, zijn meestal compleet afgesneden van hun broers of zussen. Ze trouwen een partner uit Litouwen, vaak valt dat mee maar soms is dat een nieuwe tragedie. Pas sinds 1990 zijn de verhalen van de Wolfskinder boven water gekomen en zijn de ontzettend gecompliceerde levens uit de vergetelheid geraakt. De foto’s en verhalen zijn erg aangrijpend. Een oorlog kent geen winnaars, alleen maar verliezers, gebroken levens, maar dit zijn lange tijd onzichtbare geschiedenissen geweest.

De expo is een initiatief van het ‘Deutsches Kulturforum östliches Europa’ met zetel in Potsdam.

Nog lang nagebabbeld met enkele opzichters van een ‘Bauernhof’ uit de dertiende eeuw over de Frankische identiteit. De Franken – want zo noemen en voelen ze zich wel – wonen in het noorden van Beieren. Het landschap wordt gekenmerkt door akkerbouw, er wordt aan houtkap gedaan en er is druiventeelt. Napoleon heeft de Franken bij de deelstaat Beieren gevoegd maar dat is hoogst kunstmatig. Hun dialect heeft iets hard van uitspraak en er sluipen ook Franse woorden in hun vocabularium zoals ‘portemonnee’ die hen helemaal van het Hoogduits onderscheidt. Het zuiden van Beieren (rond München) is meer industrieel ontwikkeld. Ze moeten lachen om de vragen die ik stel maar reageren openhartig en met interessante reacties.

ROTHENBURG OB DER TAUBER is een hele fijne rit van dertig kilometer. In mijn gids krijgt de binnenstad drie sterren. Sterren komen, sterren gaan wist Luc al, je moet er behoedzaam mee omgaan, maar de euforie voor de zo intact gebleven middeleeuwse vesting is helemaal terecht. Ook al is het een openluchtmuseum waar je amper kaas of bananen kunt kopen … Ilja zou er een kluif aan hebben merkte ik lezend later.

De stad is zwaar ommuurd en dat versterkt het gevoel van een oninneembare burcht. De Sint-Jacobskerk, de gevels, het stadhuis .. in de toeristische dienst sloven ze zich uit om me alle info te geven waarmee ik verder kan. Want regen valt intussen met bakken uit de lucht . Ik waag het erop om mijn tent in Detwang te zetten. Een goede keuze zo blijkt, ’s nachts mildert het weer en ik sta zelfs op met een mild zonnetje.

VRIJDAG 16 JULI 2020

VERDWALEN LANGS PROPERE WEGEN KAN NIET IN DUITSLAND

Ik ben de eerste die de camping voor dag en dauw verlaat. Zo dicht mogelijk bij Ulm aan de Donau geraken is het doel voor vandaag, een etappe van honderdzeventig kilometer die ik wellicht best over twee dagen spreid. De rit naar Rot am See is zalig, het is half bos, half boerenland. Ben ik nu al in deelstaat Baden Württemberg ?

De klimmetjes zijn als Westhoek-light, geen herten –wo bleiben sie doch?- maar wel veel roofvogels cirkelen boven mijn hoofd. De groene bordjes zijn mijn voortdurende richtsnoer. Op naar Crailsheim en Jagstzell.

Nog enkele bedenkingen en ervaringen. Ik ben nu twee weken en één dag onderweg:

  1. Er is amper zwerfvuil langs de Duitse wegen, of dat nu om veldwegen, boskanten of drukke D-banen gaat. Zit het statiegeldsysteem en een Duitse zelfdiscipline daar voor iets tussen?
  2. Op de zender Welt getuigenissen bekeken van tachtigers en negentigers die zich in hun jonge jaren bij de Hitlerjügend aansluiten. Ze worstelen één voor één met diepe schaamte en een tweede woord dat voortdurend valt : es war ein Lüge. De getuigen zien het als een Aufgabe om erover te vertellen.
  3. Niets is zo plezierig dan de weg vragen aan snotneusjes van tien. Ze stappen dan trots van hun fietsje en in uitstekende bewoordingen –het lijkt wel een goed voorbereide spreekbeurt- wijzen ze de weg naar de camping of het volgende dorp. De hulpvaardigheid in het algemeen in Duitsland ervaar ik als fietser als verbluffend. Duitse mensen zijn niet bang, doen niet alsof ze je niet gehoord hebben, voelen zich écht betrokken als je een hulpvraag hebt.

ZATERDAG 17 JULI 2020

Zelden zo’n persoonlijk contact gehad met campinguitbaters als hier in Bartholomä. Het was zwoegen en flink klimmen om er te geraken maar Angela verzorgt en vertroetelt me als mijn moeder. Ik krijg een Einsteinbiertje voor het slapen gaan en een kop koffie bij het ochtendkrieken.

Het gebied waar ik nu ben is toeristisch weinig gekend en het profiel van het campingpubliek zijn mensen die het drukke en ongezonde Stuttgart ontvluchten om hier de longen met zuivere lucht te vullen.

Er is wel veel industrie dichtbij. Benodigdheden voor laboratoria (microscopen bvb.)  maar ook toeleveringsbedrijven voor de auto-industrie.

De nachten zijn hier koud en normaal blijft sneeuw liggen tot mei. In de uitgestrekte wouden leven herten, reeën en wilde zwijnen. Ze runnen de camping met twee en toch is er tijd voor een erg persoonlijke benadering, mensen met een slakkenhuis op de bagagedrager krijgen een voorkeursbehandeling … het zijn warme mensen die mensen graag zien en erg geïnteresseerd zijn in medemensen, ik ben op een gezegende plek beland.

Naar Ulm! Naar de Donau nu!

ROND HET FELSENMEER EN DE UILENBERG

Rudi toont me een grintpad waarlangs ik tot Steinbach kan komen. Het is de meest sprookjesachtige veldwegel tot nu toe. Het pad slingert door bos en boerenland, intrigerende rotsmassa’s aan de linkerkant, een flink uit de kluiten gewassen vos schiet met spichtige sprongen de mais in. Ik sta met een oude man in volle verwondering. Een ochtend om dankbaar te koesteren.

Rond de Uilenberg kunnen uilen en valken ongestoord hun nesten bouwen. Tussen 30.000 en 40.000 jaar geleden bestond hier de unieke ‘Elfenbein-Schnitzerei’. Twee figuurtjes uit mammoetbeen gemaakt zijn van bijzondere betekenis: ‘der Löwenmensch’ en de ‘Venus ohne Kopf’.

Vanaf Heidenheim fiets ik via Herbrechtingen naar de langste rivier binnen de Europese Unie. Riviertjes volgen in Duitsland, ik raak er zo langzamerhand verslingerd op. Neem nu de Brenz, Europa investeerde acht miljoen euro om hem of haar terug te doen meanderen. Het vele gekronkel heeft de natuurwaarden flink verhoogd, de watercapaciteit ook. Fietsers op weg naar de Donau zijn in hun nopjes.

EEN FASSI IN BADEN WÜRTTEMBERG

In Gundelfingen praat ik met Kenza, ze is van Fez. Het is meteen een bijzonder hartelijk gesprek, we schakelen snel over op Frans. Ze woonde lange tijd in Italië, zag daar veel zwarte sneeuw en leeft nu gescheiden in deze Duitse uithoek. Ze ervaart de mensen als erg gesloten en hoopt met een diploma hotel in Zwitserland terecht te kunnen. Tegen alle coronaregels in geven we elkaar drie kussen bij het afscheid. Ik mag altijd in Fes aankloppen om er te overnachten, de wereld is klein. Ze studeerde rechten maar kon haar studies niet afmaken en zorgde voor haar familie. ‘Je leven is erg ingewikkeld’, zeg ik en ze beaamt. ‘Maar ik ben een vechter’. Ik doe mijn pet af voor deze mensen die al hun hele leven bezig zijn met overleven zonder ruimte voor veel foliekes. Haar filosofie is eenvoudig maar accuraat: we moeten openstaan voor anderen in het leven en we moeten helpen waar we kunnen. De islam is voor haar een pacifistisch en steunend richtsnoer daarbij.

Er zijn zo van die dagen dat je wel van plan was veel en lang en ver te fietsen maar dat je vaststelt om 15 uur nog nergens en tegelijk overal te zijn geweest. Elk educatief bord doet je verstenen, elke ontmoeting loopt uit op een lang gesprek en de Donau wil maar niet naderen. Als je in restaurant Salermo bovendien nog in Grand Hotel Europa begint te lezen mag je al blij zijn vandaag nog voorbij Ulm te geraken.

Alles stroomt, hier is alles!

ZONDAG 18 JULI 2020

DONAU VOLGEN VOORBIJ ULM TOT TUTTLINGEN

Fietsen langs de Donau is altijd weer een verrassing. Gisteren tussen Günzberg en Ulm onafscheidelijk met de rivier kunnen fietsen. In Ulm de hoogste kathedraal van Europa bewondert, ook het fraaie stadhuis, joods kerkhof, voor de rest een beetje rommelige stad zonder oude stadskern. Thuis zal ik terug in ‘Donau’ van Claudio Magris lezen, de Italiaanse filosoof volgt van bron tot monding de bijna drieduizend kilometer lange stroom.

Briljant plekje gevonden om tent te zetten op amper tien meter van de inmiddels brede rivier in het hart van de stad. In een strak georganiseerde coronaproofe Biergarten speelt een bandje slappe nummers.

Vandaag flink veel kilometers gemaakt met haltes in Erbach, Ehingen, Riedlingen en Sigmaringen. Er moeten er nu honderd op de teller staan, het is vijf uur en nog ben ik niet uitgefietst. Heb mijn vizier op Tuttlingen gezet. Het landschap, het uitstekende fietsweer, de fonteinen waar ik me bijna half in onderdompel, de oneindige variatie, Alexander de timmerman die me in Sigmaringen laat weten dat het lekker vlak is tot de camping.

Er is iets wat me naar Freiburg zuigt. Benjamin van Groen! Lokeren sms’t dat de stad honderd procent het STOP-pincipe toepast, Ronny vraagt me alles te bestuderen ivm wonen, mobiliteit, efficiënt energiegebruik. De stad is een soort walhalla voor veel groenen in Europa. Een groene burgervader is verkozen, de Vaubanwijk is een toonbeeld van wonen waarbij zachte mobiliteit centraal staat en auto’s aan de kant van de wijk op een collectieve parking staan, … het intrigeert me mateloos.

Nu ik aan honderd zit ga ik ook nog een stukje treinen tussen Donaueschingen (de bron van de Donau, maar over alles nuances daarover moet je echt het uitstekende meesterwerk Donau van Magris lezen) en Freiburg, het gebergte ertussen is geen spek voor deze vegetariër.

Noteer dat het stuk Donau tussen Siegmaringen en Beuron de meest euforische fietservaring tot nu toe was. Ruwe rotsen, naakte elfen in de Donau, een kerel slijt me zijn flyers van de Getuigen van Jehovah. De panorama’s zijn adembenemend, het is licht klimmen en zalig dalen.

MAANDAG 19 EN DINSDAG 20 JULI 2020

EERSTE ONDERDOMPELING IN FREIBURG

Ik fiets naar Tuttlingen, neem er meteen de trein naar Freiburg. Ik trek meteen naar de Vaubanwijk die makkelijk te vinden is via de groene fietsborden.

Het is een extreem hete dag, het kwik klimt tot dertig graden en het schaduwrijke fiets-en wandelvriendelijke stadsdeel is alleen al daarom een uitstekend idee. Met de hittestress van de voorbije en komende zomers kunnen we niet genoeg bomen in de steden planten.

Ik rij kriskras door de nauwe woonstraten waar auto’s niet zijn toegelaten en kinderen en ouders met hun kroost zich zonder zorgen kunnen verplaatsen. Er is een kabbelend beekje, een samentuin die inzet op interculturaliteit, in het wijkcentrum is er zowel yoga als debat en eko-workshops.

De pioniers konden hier nog aan gunstige tarieven hun woningen bouwen, vertelt Carl die een ‘Verein’ heeft rond geweldloosheid, maar nu is de wijk peperduur, dat geldt voor Freiburg in het algemeen. Duurzaam maar elitair, is dat een eerste voorzichtige conclusie? Sociale woonmaatschappijen mogen blijkbaar hun huurprijzen na vijftien jaar eigenhandig optrekken en sociaal de huurprijzen dus ‘loslaten’. Kapitalisme vat Carl dat krachtig samen. Tijd om meer te onderzoeken.

De voetgangerszone in het centrum van de stad is een echte voetgangerszone, ze is niet alleen verbluffend ruim maar ook zo radicaal dat je ook als fietser moet afstappen. Ik spreek er een aantal mensen over aan maar daar is weinig debat over zeggen ze unisono. Het is verbluffend als je de auto weert in de binnenstad van een stad zo groot als pakweg Gent. Het is de eerste stad op mijn reis die zo gedomineerd wordt door fietsers of het STOP-principe (stappen-trappen-openbaar vervoer-particulier autogebruik) zoals Benjamin en Christophe het dromen. Sinds de jaren tachtig is het aandeel fietsers in globo in Freiburg wel sterk toegenomen en het aandeel voetgangers teruggedrongen maar als je alles in één grafiek zet is het een bijzonder fraai beeld, verplaatsingen met een particuliere wagen zijn peanuts, ook de de goed uitgebouwde trams vervoeren dagelijks duizenden passanten.

Dinsdag. Ontdekking van de dag. Er is niet één Freiburg, maar vele. Ik ben in Weingarten, duidelijk één van de armere en zeker meest gekleurde stadsdelen. Hier geen groene balkons en bel étages, maar oudere appartementsblokken van tien hoog. Er is ook duidelijke woningnood, op enkele pleinen staan caravans en tenten waar mensen permanent wonen.

In de Turkse bakkerij hoor ik Roemeens, Pools, Albanees. Armoede is vaak gekleurd. Ik zoek parallellen met mijn toekomstig werk in Kallo, maar de Melkaderwijk kan wellicht twintig keer in deze grote stadswijk.

Een camionet wordt volgeladen met een enorme hoeveelheid sluikstort, de Kindergarten sluit pas in augustus. Ik probeer een gesprek aan te knopen om meer te weten. Er komt een Indisch-Duitse hippie aan mijn tafeltje zitten. Het wordt een hoogst vermakelijk gesprek over Californië, Goa, de verschillende migratiegolven in Duitsland, over meditatie

DE BUURTWERKSTER NEEMT ME OP SLEEPTOUW

Anne Bruder is ‘Quartierarbeiter’, ze werkt voor een deel van Weingarten en neemt me mee, een vol uur, voor een rondleiding. Het is een verschrikkelijk interessant gesprek over de hardnekkige zwerf- en sluikstortproblematiek, over laagdrempelige kinderwerking, over de relatie tussen structureel en basiswerk. Ze is ontzettend genetwerkt, dat voel je als je met haar over de pleinen loopt. Er zijn inderdaad een pak parallellen met de missie van samenlevingsopbouw in Vlaanderen.

Ik neem de documentatie uit het wijkcentrum over Weingarten grondig door maar ook een pak interessante documenten die Hervé Devos, Lokeraar en Groen!plus-secretaris me doorspeelt.

Een mooi stukje uit een toespraak van Petra De Sutter in 2015 over Freiburg:

‘In 2012 kwam onze voormalige voorzitter Wouter Van Besien naar Freiburg met een paar journalisten. Ze waren onder de indruk: 40 jaar een autovrij stadscentrum, zeshonderdvijftig kilometer bus-, tram- en spoorlijnen, enz. En toch stelde de ene journalist na de andere hem opnieuw die typische cliché vragen: bent u niet té euforisch? Of zelfs naïef? Is dit geen droomstad? Kan dit bij ons in België wel? Het antwoord is JA. Want mensen willen wel degelijk in steden zoals Freiburg wonen, alleen durven sommige politici de juiste keuzes niet maken. Freiburg is een stad die inspiratie en moed geeft, omdat je hier net beseft dat de Groene voorstellen wel degelijk mogelijk zijn. Onze idealen zijn geen schrikbeeld: Freiburg ondersteunt me erg in die gedachte. En we hebben dat voorbeeld hard nodig.’

Er is een helder en accuraat verslag van Jos Deraedt die mee was met Groen!plus naar Freiburg in 2015 over Weingarten. Het geeft goed de ziel weer van hoe er gewerkt wordt:

‘Een typisch huizencomplex uit de jaren 1960, waar nu zo’n elfduizend inwoners leven. Door het grote aantal minder begoeden had de wijk een slechte reputatie. De appartementsblokken waren in bedenkelijke staat: bouwtechnische problemen, uitvallende stroom, onzekere watertoevoer. Door het gebrek aan sociale controle was er ook vandalisme en de bewoners voelden zich onveilig. Bij problemen was er geen contact met de verhuurder. Het bekende verhaal.

Er werd dan een “Bürgerbeteiligung” in het leven geroepen. Voortaan zouden de bewoners, bij het saneren van de gebouwen, inspraak hebben. “Forum Weingarten” zag het licht en Frau Christel WERB kon er als maatschappelijk werker aan de slag. Zonder uitzondering werd iedereen aangesproken: via een enqûete werd rekening gehouden met de voorstellen van de bewoners.

De oplossing kwam er: videobewaking, een permanente conciërge tot tien uur ’s avonds, de bewoners beslissen welk van de vier buildings eerst wordt gerenoveerd, het concept van “passieve woning” wordt ingevoerd, de communicatie is rechtlijnig en eenvoudig, de architect maakt zijn plannen “leesbaar”, er wordt een modelappartement klaargemaakt, er is overleg met potentiële huurders,…

Via een “Stockwerkbörse” (overlegmoment per verdieping) kunnen de bewoners per verdieping hun appartement en hun buren kiezen. Een verantwoordelijke per verdieping leidt alles in goede banen.

De grote principes zijn:

  •  “Wohnverwantschaft”: buren helpen elkaar, het is als leven in een grote familie
  • “Bürgerbeteiligung” : inspraak
  • Empowerment.

De maatschappelijk werkster wordt informeel aangesproken. Vaak volstaat het om de bewoners wegwijs te maken in het kluwen van sociale tegemoetkomingen en sociale codes in deze de wijk die voor 50% uit migranten bestaat.

“Deze woongemeenschap heeft gemeenschappelijke doelstellingen en dat is één van de sleutels van dit succesverhaal. Op de lauweren gaan rusten is niet de goede insteek. Voortdurend overleg en regelmatige vergaderingen op elke verdieping blijven een absolute noodzaak”, aldus Frau Werb.

RIESELFELD

Even verderop ligt het nagelnieuwe Riesenfeld. Ik ga veggie-middagmalen voor zes euro  in een flink uitgebouwd dienstencentrum ‘Kultur Glashaus’. De wijk is in niets te vergelijken met Weingarten. Bouwlagen zijn tot vijf beperkt en hier wonen veel leraars en hogere middenklassers maar ook tachtig verschillende nationaliteiten. Een uitgestrekt natuurgebied ligt in het verlengde van de wijk. Later lees ik in verslagen over hoe senioren actief betrokken worden in allerlei facetten van de wijk.

ROND VAUBAN

Ik pendel op en af de stad, aan de overkant van Vauban zoek ik naar de Heliotrop, een ronddraaiend pioniershuis rond duurzame energie, het huis is zo mobiel dat haar panelen maximaal de zon kunnen capteren. Er is ook het Plusenergie-Klimahäuser van de architect Rolf Disch.

De voorgeschiedenis is even interessant. Reeds in de jaren ’70 en ’80 werd succesvol actie gevoerd tegen een kerncentrale in Wyhl op de grens met Frankrijk. Het alternatief of de vervanging werd gezocht in een uitspraak van Franz Alt: ‘Die Sonne schickt uns keine Rechnung’. ‘Solararchitectur’ werd als sociale architectuur van de toekomst ontwikkeld en alsmaar verbeterd.

59 wooneenheden zijn zo energiezuinig samengebracht in één project dat ze slechts 150 euro energiekosten/jaar/wooneenheid kosten en …. 2000 euro opbrengen. Klimaatneutrale steden zijn het grotere plaatje op de langere termijn (hoewel, hoeveel tijd hebben we nog?).

In het sanitaire blok van Camping Hirzberg op dichte afstand van de ‘publieke stroom’ Dreisam blijven ze doorlopend tracks van Bob Marley draaien, kwestie wellicht van de gasten in de juiste mindset van ‘peace and justice’ te brengen (of te houden?). Ik zeep me in tijdens ‘Buffalo Soldier’, draag me af met ‘No woman no cry’ en poets mijn tanden met ‘Three little birds upon my doorstep’.

WOENSDAG 21 JULI 2020

Ik fiets door de fruitstreek, een waar Hof van Eten. Richting Breisach am Rhein een overvloed aan appelen, pruimen, peren. Ik volg lange stukken rivier en steek over naar Frankrijk ter hoogte van Rhinau. Korte deugddoende passage in Straatsburg.

Flink uitgeput na 120 lange kilometers eindig ik als zwartslaper op camping Adam in Bühl. Onbedoeld lap ik het mezelf de dag erop opnieuw: laat arriveren en ’s morgens vroeg vertrekken als de receptie nog potdicht is.

DONDERDAG 22 JULI 2020

Besluit om de ietwat eentonige en afmattende Rijn te verlaten en via Saarbrücken op Luxemburg te rijden.  Rit in Frankrijk naar HAGUENAU is horror. Lebensgefahr!

Fietspaden ontbreken en bewegwijzering is een ramp in Frankrijk als je als verwend nest uit Duitsland komt. De Rijn in Iffezheim oversteken is als fietser een illegaal kunstwerkje met veel boos getoeter van vrachtwagens.

Een trein van Obermodern naar Sarreguemines biedt verlossing uit de verzengende overdaghitte in Frankrijk. Na een uurtje aircotrein door de Franse Vogezen sta ik plots aan de voet van de lieflijke Saar, een fietspad als een biljartlaken, nog negentig kilometer naar Luxemburg, het is daar oranje zone laat Sofie weten. Bij het schemeren van de avond bereik ik Saarlouis.

VRIJDAG 23 JULI 2020

ILJA LEONARD PFEIJFFER LEZEN LANGS DE SAAR

De Saar volgen is minder idyllisch dan gedacht maar net daarom ook interessanter. Er is veel industriële activiteit in dit dal en er is veel diversiteit van passanten die de avond wandelend, shisha-rokend, vissend of keuvelend doorbrengen. Een man met Koerdische roots windt zich op over het gebrek aan democratie  en is duidelijk anti-AKP, ik kruis jonge en oudere Roma, meisjes uit Syrië op een bankje trekken selfies die misschien enkele seconden later in Damascus of Aleppo worden geopend.

Het tussendoor met kleine happen tegelijk lezen van Ilja Leonard Pfeijffer’s ‘Grand Hotel Europa’ is een waar genoegen. Verhaallijnen over bootvluchtelingen uit Afrika kruisen bijzonder interessante gedachten over Europa, massatoerisme en Caravaggio. De schrijver is vlijmscherp, verveelt geen seconde, weet op een unieke manier te doseren, is met zijn hele persoon en lijf (dat laatste mag je vrij letterlijk nemen) betrokken.

Het boek is geëngageerd, soms een beetje pedant of wuft. Het fulmineert tegen teenslippersdragende toeristen uit bijvoorbeeld Nederland (maar ik was er ook één in menige Dom). Het decor is zowel Venetië, Giethoorn, Genua, Abu Dhabi. Er is woede, verontwaardiging, soms sarcasme, veel humor, dan weer mildheid en altijd ook weer eerlijke zelfreflectie. Een tragisch liefdesverhaal is aanwezig op de achtergrond. De roman is meer dan een verhaal maar bevat ook sterke flarden non-fictie, zeker de gesprekken met experts en betrokkenen rond massatoerisme maken van dit boek een leerrijk kunstwerk.

ZATERDAG 24 JULI 2020

De hele toeristische mikmak wordt zwaar door de mangel gehaald bij Pfeijffer, dat was al zo in ‘Brieven uit Genua’ maar in ‘Grand Hotel Europa’ wordt het een hoofdthema in duizend gedaanten. Vooral in het gesprek met de oude Patelski en de schrijver (p.233-236) worden alle registers opengetrokken.

‘Reizen is iets voor hedonistische escapisten, reizigers vinden hun eigen vrijheid belangrijker dan leven in verbondenheid met hun naasten, reizigers hadden meer geleerd als ze thuis waren gebleven’. Zo gaat het nog een paar pagina’s verder. Het tekeer gaan gaat af en toe in overdrive maar daarom is het niet minder pittig en kritisch van toon. Als het van Patelski afhangt wordt het hoog tijd dat ik me naar huis wurm, mijn aardappelen ga oogsten, me op de braambessenpluk smijt, me over mijn hulpbehoevende buurvrouw ontferm.

Ook het hoofdstuk over Macedonië, over Skopje, over de Romawijk Sjutka trekt mijn volle aandacht. Voor een deel van de bewoners van de Melkaderwijk is die plek zeker geen onbekende. En het ‘bezoek’ van Pfeijffer aan Sjutka gooit al mijn voornemens om naar daar te trekken aan diggelen (p.271-274).

Maar brillen verschillen. Ik herinner me levendig hoe Safet Hajvazi me enthousiast vertelde over Sjutka in mijn obsessieve prospectie op weg naar een job als ‘Quartierarbeiter’ in Kallo. Anna Bruder zei in Freiburg-Weingarten daarover toen ik peilde naar haar contacten met Roma drie dingen:

  1. Roma is een culturele identiteit waar ze zelf graag over uitweiden en trots op zijn
  2. Verhalen over discriminatie en racisme keren als een mantra terug in de contacten met mij als jonge buurtwerkster
  3. Het maakt voor mij niet uit waar mensen vandaan komen of wat hun culturele achtergrond ook mag zijn.

Het is geen fietstocht in het park op zondag van Remich naar Luxemburg, voor een zogenaamde hoog ontwikkelde samenleving als het groothertogdom is de fietsinfrastructuur maar zeer matig tot niet uitgebouwd. Een bus brengt me naar Arlon van waar ik afsteven met enkele interrupties op mijn vrouw, gezin, aardappelveldje, tijd om alle Duitse fietskaarten en stedelijke plattegronden te ordenen, Pfeijffer verder uit te lezen, het leven met vrienden uit Hertsberge en Ruddervoorde en Lokeren te delen, familiebezoek.

Laat de kinderen komen, de reiziger is thuis.

TERUGBLIK OP 24 DAGEN DUITSLAND

Ik ben met dochter Mara in Blankenberghe. Sinds lange tijd zie ik de zee en lig ik er in. Ondanks de sombere en onheilspellende kranten –ben begonnen aan een inhaallezing van drie weken- geniet ik van de vitaliteit van de dochter, ik laaf me aan haar Chirokampverhalen, tussendoor lees ik Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer.

Zaterdag voor de koffie na pakweg 1500 kilometer fietstocht door midden- en zuid-Duitsland en 1300 euro lichter (ik deed 55 euro per dag op berekende mijn geliefde én boekhouder, die twee gaan soms samen) ben ik thuisgekomen. In grove trekken volgde ik de lijn Aken – Bonn – Koblenz – Limburg an der Lahn – Eisenach – Erfurt – Weimar – Bamberg – Rothenburg – Freiburg – Straatsburg – Lokeren.

KAMPEREN

Eén keer ging ik wild-en drie keer zwartkamperen, twee keer sliep ik op een kamer om alle natte spullen te drogen, alle achttien andere keren liet ik me netjes registreren en betaalde gemiddeld elf euro voor het kleine morzeltje grond dat mijn bescheiden tentje innam. In de meer heuvelachtige stukken voelde ik me een slak waarbij het slakkenhuis –de tent- op mijn bagagedrager log en zwaar op kleine steken werd getild.

De bossen en de rivieren, ik heb er vele doorkruist en vele gevolgd, het deed verschrikkelijk veel deugd. De fietsinfrastructuur en groene bewegwijzering was doorgaans uitstekend en evenaarde haast de Nederlandse top.

STEDEN

Een paar steden had ik met stip aangekruist, ze voldeden ruimschoots en vaak veel meer aan mijn verwachting.

FREIBURG bleek niet alleen een ecologisch paradijs te zijn met een gigantisch voetgangersgebied en duizenden tweewielers met wie ik fijne paden deelde, ‘Quartierarbeiter’ Anne Bruder toonde me ook een verpauperd deel van de stad met pittige sociale uitdagingen. Ik voelde mijn keuze als toekomstig opbouwwerker in Kallo (ons team is intussen compleet!) sterk bevestigd, wat Anne deed wilde ik ook doen. Ze bleek als amper 24-jarige een goede balans te hebben gevonden tussen structureel en basiswerk.

WEIMAR blonk uit in morele contrasten. In de stad waar Goethe in ruime parken flaneerde en Heine en Schiller en Herder woonden en werkten kon je ook nog het balkon bekijken waar Adolf Hitler regelmatig verscheen en een spiraal van immense haat verder aanwakkerde. In Buchenwald kwam het boek ‘De laatste getuige’ van Pieter Serrien en Louis Boeckmans helemaal tot leven. Vandaag een desolate vlakte met alleen maar diepe horrorverhalen. Het Bauhausmuseum maakte dan weer indruk door zijn ongekende creativiteit, gemeenschapsgedreven gedachten, zijn progressieve/positieve/optimistische blik op mens en wereld.

In ERFURT – nog zo’n beladen plek bezocht ik een voormalige Stasigevangenis in het hart van de stad, ‘Haft Diktatur Revolution’ – Thüringen 1949-1989. Kale en kille cellen asemden de sfeer en hetze van ‘Das Leben der Anderen’, de ene dictatuur werd vervangen door een volgende, het drama van veel burgers in Oost-Europa. Het boek ‘De grensganger’ van Johan de Boose was een perfecte talisman om het DDR-tijdperk beter te begrijpen, ook op grensplekken als Probstzella, Ludwigsstad, Untersuhl en Obersuhl.

WIR SCHAFFEN DAS

Ik begon mijn tocht ook met het herlezen van ‘Wir schaffen das’ van Frank Vermeulen. Het schept een prima denkkader om de uitdaging van de vluchtelingenaanpak beter te begrijpen, om de worsteling met het nazisme, om de zware racisme-incidenten tot de ‘kebabmoorden’ van duiding te voorzien. Het witte Duitsland komt in alle geval niet meer terug.

MASSATOERISME

Om het massatoerisme in BAMBERG en ROTHENBURG tot slot beter te begrijpen was het lezen van Grand Hotel Europa dan weer ideale kritische lectuur. Ilja stelde rake vragen –ook aan mij- over de diepere betekenis van plekken als Venetië, Giethoorn, Amsterdam. Ja, er staan stomende seksscènes in het turfdikke meesterwerk maar wat echt bijblijft is de grondige research in Skopje, zijn gesprekken met de city-marketeer van Amsterdam, de objectieve analyses over wie nu eigenlijk wat verdient aan die hedendaagse kapitalistische kolonisering. Ik begrijp nu beter waarom ik geen winkeltje met bananen en brood vond in Rothenburg.

KORTE KRACHTIGE ONTMOETINGEN

Er waren een paar indringende gesprekken – met Carolina in Erfurt over architectuur en ideologie, met Kenza uit Fes ergens aan de Donau, dat ze nog zo moest wroeten om rond te komen raakte me, ik ontmoette ook ouwe hippie Franz die pendelde tussen Freiburg en Punjab. Er was een dame uit Probstzella die bedaard maar intens weende toen ik haar vroeg naar de DDR-tijd. Marek uit Gliwice fietste lange tijd met me mee, hij was even beweeglijk als zijn Volkswagenfabriek geweest, ik denk met plezier terug aan Milan die handtekeningen in Bonn verzamelde voor een fietsvriendelijker stad. Alle gesprekken samen duurden niet meer dan drie uur samen, maar ze zetten me wel ferm aan het denken.

SMAAKT NAAR MEER

Als je reist besef je hoe weinig je weet. Duitsland heeft me uitgedaagd om meer te begrijpen, meer te lezen, meer te studeren, betere vragen te leren stellen.

Ik had kleine ongelukjes onderweg . Het eerste weekend in Bonn een allergische reactie op mijn voet die snel dubbel zwol, een versnellingsbreuk in Weimar dreigde fataal roet in de tocht te gooien, een fietsenmaker die ik door zijn briljante herstelwerk wel vol op de mond wou kussen uit dankbaarheid (maar door corona hield ik me in) deed gouden werk. Soms werd ik compleet uitgeregend, maar het zijn fait divers gebleken.

Het is een wonderlijke reis geworden, het smaakt naar meer, op een later tijdstip wil ik vanuit Arnhem naar de Ostsee, naar Lübeck, naar Meck-Pom, naar de grens met Polen. Dan neem ik Thomas Mann en Hannah Arendt mee.

Ik bedank mijn geliefde dat ze me vierentwintig dagen de vleugels liet spreiden. Vrij naar Boudewijn de Groot: laat de reiziger zitten bij de haard, en laat de kinderen komen maar steek hem eerst onder de douche …

Lokeren, 1 augustus 2020 , 13.39