29 maart 2017 Nederland gluren bij de buren

Een rondje Nederland 11 provincies in 12 dagen

Woensdag 29 maart 2017

Koffie in Colijnsplaat. Veere is een eerste hoogtepunt op reis. Niets kost moeite want wind stevig in de rug. Geschiedenis van Veere hangt samen met wol en Schotse adel. Protectionisme in de zestiende en zeventiende eeuw zorgden voor bloei. Het latere verval van Veere werd gered door een Engels-Joodse familie die veel andere kunstenaars aantrok. Straks de Zeelandbrug over en mijn vrienden op de fiets-adres zoeken. Slapen doe ik deze nacht bij Marianne. Het seizoen moet nog op gang komen. Morgen het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk bezoeken die de ramp van 1953 herinnert. ‘De Zeeuwsche Hemel’ is een zeer stemmige plek in het hart van het monumentale Zierikzee. Een spreuk waar ik op uitkijk zegt alles en vat de dag samen: ‘Hier is de waar de wereld even nergens meer om draait, waar we samen komen, waar de westenwind ons waait, de hemel is hier …’.

Ik drink Oesterstout, gebrouwen met bezieling  en gerstemout, hop en gist. Het bier wordt in Meer gebrouwen. De tijd dat we in Nederlandse horecazaken enkel de chemische pis van Heineken konden drinken ligt gelukkig ver achter ons.  

Mooie sms van Ward komt binnen: ‘Drink diep. Kom terug.’

Donderdag 30 maart 2017

Een erg gevulde en bewogen dag. Het contact met Marianne via Vrienden op de fiets in haar flat in Zierikzee was meteen raak. Zelden met een wildvreemde vrouw zo snel op een erg diep nivo geweest. Haar concrete solidariteit, haar respect voor de aarde en diepe spiritualiteit trok me erg aan. Ze citeerde in ons lange gesprek uit de Bijbel maar nooit zweverig of abstract. We wisselden uit over transgenders, over de Partij voor de Dieren, over groentemanden. Haar nomadisch leven met enkele zware mokerslagen –Marianne is niet gespaard- lijken haar erg onthecht te hebben.

Ook na het ontbijt blijven we stevig on speaking terms, ze verwent me, we hadden nog uren kunnen doorpraten. Ik fiets naar het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk en al mijn verwachtingen worden ingelost. In vier ‘caissons’ wordt de ramp van 1953, de slachtoffers, de heropbouw en het thema ‘water vandaag’ belicht. Het museum is erg persoonlijk, de ontreddering, het drama krijgt een gezicht. Krantenartikels, radioberichten, de eerste beelden, het maakt een diepe indruk op me. De gelatenheid op de gezichten, mensen zijn alles kwijt, brandt op mijn netvlies. Maar er is ook een nationale en internationale golf van solidariteit.

Het is meer dan zalig fietsen langs de Oosterschelde. Ik passeer plekken als Bruinisse, Oude Tonge, Den Bommel, ik doorkruis de Hoekse Waard via Klaaswaal en Puttershoek en fiets tot laat door. In het begin van de Krimpener Waard, in Lekkerkerk trek ik de remmen dicht, ik vind er onderdak en eten. Ik moet een slordige honderd kilometer op de niet-bestaande teller hebben staan, de wind stuwde me, de zon brandde me. Morgen fiets ik naar Doorn, wil het kasteel bezoeken en slaap in Maarn, niet zo gek ver van Utrecht. Dat is midden-Nederland.

Vrijdag 31 maart 2017

Koffie in het mooie Cothen, op vier kilometer van Doorn. Langs de Lek dwars door de Krimpener Waard richting Utrecht was het prachtig fietsen op de flink verhoogde dijk. Ooievaars en roofvogels waren mijn deel. Ik lees dat er tussen 1491 en 1953 111 zware en minder zware overstromingen  zijn geweest, in ’53 stond de hele streek hier ook blank.

Je zal zeven kastelen passeren op weg naar Huis Doorn. Dit was altijd arm gebied. De adel of een deel daarvan was van oorsprong katholiek, er waren sterke banden met de bisschop van Utrecht die ook landheer was maar met koning Willem I die protestant was kozen velen eieren voor hun (vele) geld. Toch is dit gebied homogeen katholiek’, een oudere man kent verdomd goed zijn geschiedenis en weet zelfs Lokeren haarfijn te situeren.

De gemeente Houten kent een fijnmazige en intelligente fietsinfrastructuur, ik neem foto’s voor Tom Ysebaert van De Standaard, een journalist die onderzoekt of de fiets een hefboom kan zijn in een groene mobiliteitstransitie. Ik denk na over een tienpuntenplan.

Bezoek aan Huis Doorn. We worden met vijf door Piet rondgeleid. Bij die vijf zijn er ook twee Gentenaren.

Het bezoek is een uur voorzien maar duurt twee uur, onze vele vragen en het persoonlijk karakter van de rondleiding heeft daar veel mee te maken. De vertrekken zijn overweldigend, er waren 59 treinwagons nodig vol kunst en meubilair, de keizer was een verwoede verzamelaar. Hij hoopte op een herstel van het Keizerrijk en zou enkel als keizer naar Duitsland terugkeren. Maar Duitsland bleef een republiek en Willem bleef de laatste keizer van Duitsland. Hij stierf op de hoge leeftijd van 82 jaar, middenin de nazibarbarij. Kristalnacht veroordeelde hij maar niet de triomftocht van Hitler in Parijs. Zijn tweede vrouw sympathiseerde veel openlijker met nazi-Duitsland.

Keizer Wilhelm werd gedoogd, hij betaalde zijn Nederlands personeel goed, de hele hofhouding werd voor tachtig procent gerekruteerd uit de nabije omgeving. In de rokerskamer werden de Duitse kranten van commentaar voorzien en met intimi (enkel een mannelijk gezelschap) werd de politiek besproken. De voormalige keizer kreeg een vrije actieradius van vijftien kilometer, daarbuiten moest de gendarmerie hem begeleiden. Als die niet beschikbaar was, kon die nogal eens mopperen. Piet vertelt het alsof hij er de hele tijd bij was en hij de keizer hoogstpersoonlijk heeft gekend.

Ik slaap in Maarn. Nico moet er al snel vandoor met Marian als ik toekom, ik krijg het hele huis op vertrouwen voor mij alleen. Vrienden op de fiets breekt met alle heersende codes.

Zaterdag 1 april 2017

Koffie in Amersfoort. De eerste stad van enig formaat op mijn tocht. Piet Mondriaan en Johan Van Oldenbarnevelt werden hier geboren. Het gesprek aan de ontbijttafel met Nico en Marian had weer veel drive. Mijn lukraak gekozen Vrienden op de fiets zijn weer een schot in de roos. Nico was directeur van een hele grote school voor zeshonderd bijzondere gasten in Heerlen, Limburg. Hij heeft een oude school met een oude pedagogie en een visie van de 19°e eeuw  naar een meer maatschappelijk zinvolle invulling voor de jongens gezocht. Met voor-en tegenstanders. Marian doet werelddans met senioren en was daarvoor ook actief in het ondersteunen van vrijwilligers in een regionale natuurvereniging. Ze zijn duidelijk links georiënteerd en de Nederlandse politiek wordt uitgebreid gefileerd. Ik leer heel veel bij.

Dat op de lijst van de SGP geen vrouwen mogen kandideren, over het ontstaan van het CDA, over de briljante strateeg in Geert Wilders. Nico windt er geen doekjes om: ‘Het populisme heeft wél gewonnen. Bovendien zijn het CDA en de VVD flink onder druk van Geert naar rechts opgeschoven’.

Ik vraag door over de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning. ‘Die is te flink doorgeschoten naar de eigen verantwoordelijkheid.’ Er zijn nuances maar onlangs botste Nico via zijn vrijwilligerswerk met de belbus op een 93-jarige dame, fel dementerend die thuis helemaal aan haar lot werd overgelaten. ‘Ik heb toen flink aan de alarmbel moeten trekken.’

In Oud-Leusden stap ik een coöperatieve supermarkt binnen, Hermelinde staat me uitgebreid te woord: ‘De opbrengst van de winkel – er zijn er twintig in Nederland- gaat niet naar aandeelhouders maar winst wordt in verbetering van de winkel geïnvesteerd, de loonspanning tussen best en laagstverdienende is op 1 op 6, er wordt zoveel mogelijk met lokale boeren gewerkt die we een zo goed mogelijke prijs aanbieden’. Ze is opgetogen , laat ik maar zeggen enthousiast, ‘keivet’ noemt ze het zelf over www.glurenbijdeburen.org.

‘Ga je naar fietsen naar Lelystad? Waarom naar Lelystad?’ Ze is er geboren maar blij dat ze er weg is. De stad is snel en haastig in elkaar gebokst, vooral om de woningdruk uit de randstad op te vangen.

Hermelinde heeft een verhaal. Tegenover de agressieve zaadmonopolievorming  van Monsanto hebben ze een eigen zaad op de markt gebracht. Ze staat met hart en ziel in haar zaak en poseert gewillig voor haar winkel. We wisselen kaartjes en infobrochures uit. In Amersfoort kost Paul van Vliet maar 20 cent. Ik fiets door naar Ermelo en Harderwijk richting Flevoland.

Ik doorkruis monotoon industrieel landbouwgebied, ingepolderd op het land, boeren hebben ongetwijfeld  een vette verdienste door de vele windmolens op hun arealen.

Lelystad lijkt op Almere, woonwijken ogen monotoon maar je doet vaak ook wel architecturale verrassingen op als je de hoek om fietst. Het centrum oogt een beetje karakterloos, hier en daar groepjes drop-outs in de straten, de sfeer is wat ruw, ongepolijst maar ook eerlijk. Een beeldschone zwarte vrouw met een prachtige kleuren hoofddoek knipoogt me binnen voor kwarktaart. Ik voel me compleet in balans. Op wie hebben de burgers van Lelystad eigenlijk gestemd? Het thematijdschrift over Huis Doorn is uit, ik start uit nieuwsgierigheid het Reformatorisch Dagblad dat Marianne uit Zierikzee me toestopte.

Zondag 2 april 2017

Courgettesoep in Enkhuizen. Het oversteken van de Houtribdijk tussen Lelystad en deze prachtige karaktervolle plek was weeral een uitstekende ervaring. Aan de ene kant had ik contact met de vele watervogels van het Ijsselmeer, aan de andere kant was het Markermeer. Als fietser ben je zo afgescheiden van het autoverkeer dat je je erg solitair waant, wel in gezelschap van honderden kraanvogels, futen en reigers. Ze vliegen bijna altijd op als ik voorbij fiets.

Catherine in Lelystad had me al gezegd dat Enkhuizen mooi zou zijn en ik volg haar helemaal. Er is enerzijds het roemrijke  VOC-verleden –veel boten van de Oost-Indische Compagnie vertrokken van hier- dat in vele oude gevels, pancartes en monumenten doorschemert; anderzijds herinnert de Zuiderkerk dat de strijd tussen Katholieken en Protestanten hevig is geweest. Muurschilderijen  werden in de woelige Reformatie (16°e eeuw) overschilderd en werden in de 20°ste eeuw weer blootgelegd in de oude glorie.  

Het contrast tussen het splinternieuwe Lelystad die dit jaar pas vijftig jaar ‘bewoners’ kent en het oude Enkhuizen kan niet groter zijn. Ik zet mijn tocht noordwaarts verder, in Den Oever ga ik slapen. ‘Samen met Hoorn en Medemblik was Enkhuizen een tijdlang even belangrijk als Amsterdam’, zegt Martijn van Vrienden op de fiets. Het dorp is wat doods maar een avondwandeling doet deugd. Wieringen was ooit een eiland maar is door inpoldering  aan het vasteland toegevoegd, vroeger waren er boeren die leefden van het wier, het moest gedroogd en gewassen worden, verschrikkelijk zwaar werk laten oude heemkundige foto’s zien. De haven wordt ondersteund met Europees geld voor duurzame visserij. Ik eindig lezend  met Katoren Revisited van Jan Terlouw, een fraaie maar misschien wat te nostalgische update over de samenleving vandaag.

Maandag 3 april 2017

Koffie in Bolsward. Het oversteken van de Afsluitdijk was een fluitje van een cent maar esthetisch geen bijzondere ervaring, ik bleef dicht bij de auto’s en er was weinig contact met het water dat achter de dijk verborgen bleef. Halte in het kleine dorp Zurich of Surch in het Fries gaf een goed beeld van het leven in een doorsnee krimpend Fries dorp. In de hengelwinkel geraak ik aan postzegels en een mobiele zuivelwagen bedient de oudere dorpsbewoners op deze maandag. Richting Harlingen langs de Waddenzee is het prachtig en rustig fietsen, enkel een vrije kudde schapen kruist mijn fietsroute, ze houden het gras op de dijk kort. Het wemelt van de lammeren. Harlingen is mooi, Bolsward is mooi. De steden spreken me meer aan dan het monotone landbouwlandschap, er zijn hier en daar fraaie boerderijen maar veel huizen, serres en moderne landbouwstallen ontsieren meer dan dat ze sieren.

Ik bots als per toeval op de Sint-Martinuskerk, het orgel uit 1781 speelt en lokt me binnen. ‘De kerk is vrijzinnig hervormd, bij ons mag je naar voetbal op zondag, bij de gereformeerden niet’, vertelt de koster. Er zijn plafondschilderingen die voor een kleine fractie zijn blootgelegd, het monumentale gewelf was ooit één kleurenpracht met bijbelse verhalen, in de middenbeuk fruit en bomen en planten. Er was actie en reactie in de woelige zestiende eeuw, je ontkomt er niet aan. In 1580 vernielen Spaanse soldaten de inventaris van de kerk.

Kom je helemaal uit België met de fiets? Nou, respect man’. Waar ik ook kom, er is meteen gesprek, uitwisseling is te sterk uitgedrukt maar wel uitleg, hulp, … Ik geniet ook van de vele vrije tijd, het trage tempo, Workum is niet zo ver, er is tijd, voor foto’s, voor notentaart, voor mensjes gluren, voor vriendelijk knikken, voor Jan Terlouw. Morgen neemt Sietske me op sleeptouw.

Titus Brandsma was filosoof, hoogleraar, priester, journalist, begeesterd door de Friese taal maar bovenal verzetsstrijder. Hij ging krantenredacties af en verzocht hen niet in de nazipropaganda mee te gaan. Een echte luis in de pels van de bezetter. Als schriel maar o zo moedige man werd hij opgepakt, in Scheveningen en Amersfoort vastgezet en vervolgens in Dachau met een injectie vermoord, definitief onschadelijk gemaakt. Hij is geboren in Bolsward. Jammer dat het museum aan hem gewijd niet open is.

Ik was te streng voor Friesland want de tocht naar Workum was schilderachtig. En Workum is bloedmooi! De geschiedenis spat van de gevels. Er is een mennonieten- of doopsgezinde kerk, een fraaie Westerkerk, het museum van Jopie Huisman, oude graven. De welstand van Friesland moet ooit zeer groot zijn geweest.

Sietske de Boer is in aantocht. Ze zal me er alles over vertellen. Na haar geslaagde passage in Lokeren- ze gaf er twee jaar geleden een lezing over de Riffijnse verzetsheld Abdelkrim el-Khattabi.

Zalig om bij te praten met een volbloed Friese. Sietske heeft een dagprogramma voor dinsdag voor me geregeld, we sleutelen er samen nog wat aan. Reduzum en Leeuwarden, het wordt zeker de moeite waard. Rutte is met vier partijen aan het onderhandelen, eigenlijk Schippers. Friesland krimpt, Sietske biedt ondersteuning aan een Syrisch gezin en een Congolese vrouw, ze is nu actief lid van Vluchtelingenwerk Nederland. Ze woont samen met us mem, ook haar zus in Sneek helpt mee, us mem is 88. ‘De rijkdom van Workum hangt onder andere samen met weverij-activiteiten in de zeventiende eeuw’, vertelt Sietske en dat we nu aan één van de mooiste pleinen van Friesland zitten, waar nog maar enkele jaren geleden alleen maar auto’s stonden.

We wisselen uit over Kairos en Joke Hermsen die een nieuw boek uit heeft over ‘wie je bent’ (moeilijk te beantwoorden) en ‘wat je doet’ (makkelijk te delen én dominant). Ze toont me nog de mooie route naar Sneek voor morgen en we spreken af om 13 uur in het Prinsenpark in Leeuwarden.

Dinsdag 4 april 2017

Vandaag was een volle maar verrijkende netwerkdag.

De binnenzak van mijn groene houthakkershemd zit vol naamkaartjes. Van Elske en Frederika die hippe start-ups in de oude gevangenis van Leeuwarden organiseren, van Henk uit Reduzum die een dorpswindmolen kocht met zevenhonderd burgers, van Sjoerd die een ecologisch popfestival organiseert met lokale boeren als cateraar, ’s avonds kom ik de wijk Mariënburg Daan tegen die met transitie en participatie bezig is, noem het een toevallig mirakel.

Leeuwarden en omgeving heeft verdomd veel te bieden, in het kader van Leeuwarden Culturele Hoofdstad 2018 is nu al van alles aan het bruisen. Daar is een andere Sjoerd dan weer hard in betrokken. Er komt oa. een taalpaviljoen waar de 153 talen die in Leeuwarden worden gesproken een plek krijgen, en dat podium mag door elke kleine en grote taalgroep vrij worden ingevuld. Er komt een groots theaterspektakel met veel amateurs in de Grote Kerk, elf groepen zullen elk via een andere deur van de kerk binnenkomen en hun verhalen vertellen. Het stuk refereert naar de Franse revolutie.

De oude gevangenis of  het oude arresthuis krijgt een schitterende dimensie als Horze Dijkstra, 94 jaar, oude bewaker met zijn kar komt aangereden.

Hij vertelt ons het verhaal dat kort na de tweede wereldoorlog een groep mannelijke gedetineerden een koor vormen, een collega-elektricien trok elektriciteitskabels naar de Stadswaag (waar sinds de veertiende eeuw de zuivel in de stad werd verhandeld) en via haut-parleurs luisterden duizenden vrije burgers ontroerd mee.

Zo botsen we van de ene  wonderlijke ontmoeting in de andere. We rijden via enkele omwegen maar via Jorwert (waar Geert Mak ‘Hoe God verdween uit Jorwert’ schreef) naar Henk. Hij vertelt het verhaal achter de dorpsmolen van Reduzum. Reduzum telt 1100 inwoners , vanouds een arm dorp maar met een sterke organisatiegraad. Eind jaren tachtig ging het niet zo goed met het dorp en werd nagedacht wat er moest worden behouden en wat ze moesten bannen. In 1992 groeide een ‘lumineus’ idee: Waarom kopen we geen windmolen? De vraag werd in de beste basisdemocratische traditie aan het dorp voorgelegd en de helft van de nodige 500.000 gulden werd door de bewoners van Reduzum verzameld, er werd een rendement van vijf à acht procent aangeboden. De grond waar de huidige molen op rust, staat op kerkgrond en via een ruil met aandelen van de molen werd de grond gepacht. Een subsidie en de Rabobank dichtte het resterende financiële gat.

Intussen ging het van goed naar beter: van de opbrengst werden zonnepanelen gekocht die op de school werden gelegd, twee dorpshuizen van belendende dorpen werden goed geïsoleerd, de lijst met projecten is lang en indrukwekkend, voor honderdduizend euro tot op heden.

Eén uitspraak blijft extra hangen als ik peil naar de expertise rond de molen: ‘Je zult verbaasd zijn over hoeveel je buurman wel weet’. Luisteren, openheid, alles voorleggen, het blijken de passende vaardigheden en reflexen voor het wonder van Reduzum.

Er is één onweerswolk: de molen moet na 25 jaar vervangen worden voor een efficiënter model maar een gedeputeerde van de Friese Nationale Partij in de provincie blokkeert de zaak. Het dorp zal naar de raad van state trekken. Een alternatief is zo simpel niet: het equivalent  van één nieuwe molen is vier voetbalvelden met zonnepanelen. De strijd wordt de komende jaren verder gestreden. Commons bouw je niet zonder weerstanden of obstakels.

Op weg naar Vrienden op de fiets bots ik op de weg daarnaartoe op de wijk Mariënburg nabij het station die voedsel terug in eigen handen wil nemen. De uitleg is even spectaculair als éénvoudig: ‘Buurtcoöperatie de Hoftuinen maakt de wijk groener en eetbaar, als knipoog naar de groente-en fruitkwekerijen die hier vroeger waren. Het fruit mag door iedereen worden geplukt. Laten we de weelde delen met elkaar: pluk niet meer dan een paar tegelijk’. Daan woont in Arnhem maar kent als leerkracht de buurt goed. Leerlingen van de nabije tuinbouwschool werden al ingeschakeld in het beheer van amfibieën, van oudsher was dit een plek waar voedsel werd verbouwd voor de stad.

Woensdag 5 april 2017

Over Friesland en de Friese taal valt eindeloos te schrijven. Neem nu de inwijkelingen. Die hebben het volgens Sietske toch niet altijd helemaal begrepen. Ze vinden dat er niet genoeg keuze is in de lokale supermarkt of dorpswinkel en het gemeentelijk zwembad vinden ze vies. Het is een spanningsveld die je bij Geert Mak ook al terugvindt. En Sietske leert me het begrip ‘witte schimmel’ kennen: de randen van de authentieke dorpen worden aangetast door spuuglelijke nieuwe woningen, zeg maar de visuele pollutie van de femettisering van Friesland.

Zal de Friese taal 2050 halen? Ook de enthousiaste aanhangers van het Fries hebben hun twijfels. ‘De druk van het Nederlands en het Engels is groot’, zegt Rein. En er zijn tal van afsplitsingen en verwateringen. Het stadsfries van Leeuwarden schuift al flink op naar het Nederlands en in Harlingen spreken ze een eigen Fries. En de kleinkinderen van Rein en Akke zullen het Fries niet meer kennen.

Ik fiets door naar Drachten om rond de middag het Gevangenismuseum van Veenhuizen en de provincie Drenthe te bereiken. Tot mijn verbazing heb ik voortdurend de wind fel in de rug.

Het bezoek aan het Gevangenismuseum van Veenhuizen is razend interessant. Johannes van den Bosch kreeg rond 1812 al heel snel de zegen van Koning Willem II, in die tijd wordt ook Wortel en Merksplas ontwikkeld. In de gladde brochures en folders wordt naar mijn aanvoelen sterk verhuld dat de hele onderneming ‘Koloniën van Weldadigheid’ eigenlijk een commercieel of schaamteloos economisch project is. Maar toen veel later de verwachte inkomsten voor de aandeelhouders tegenvielen werd de hele zaak aan de overheid overgedragen en werd de doelgroep van bedelaars en landlopers verruimd tot misdaad. De lusten voor de donateurs/aandeelhouders vielen tegen, de lasten mocht de overheid daarna dragen.

Na het museumbezoek trek ik naar de algemene begraafplaats en het joods kerkhof, het zijn beklijvende plekken. In 1847 sloeg de lepra en cholera zwaar toe, er werden duizenden doden door de pest opgetekend. Zou het zompige veen daar veel mee te maken hebben, in een dodelijke cocktail met de armoede en de gebrekkige hygiëne in de streek?

De huizen van de bewaarders werden met volgende opschriften bedacht:

Heb ongeveer negentig kilometer op de teller staan, het kamp van Westerbork blijkt meer dan tien kilometer verder te liggen.

Donderdag 6 april 2017

Een burgerinitiatief kan soms erg simpel zijn. Op de sluitingsdag van Restaurant de Clippel organiseren 12 vrijwilligers verbonden aan het Dorpshuis ‘met mekoar aan toafel’ in Zwiggelte. Op dinsdag koken ze een maaltijd met lokale producten voor zeven euro, iedereen is welkom, gemiddeld schuiven 35 deelnemers mee aan tafel.

Ten huize Mary waar ik slaap is het een gezellige drukte, er zijn vrienden op bezoek en ik sluit aan voor thee. Er worden verhalen over de ramp van 1953 gedeeld. Bert ging met een bus jongeren naar Zeeland, hij was 17, en ging modder scheppen. We praten over het CDA, over Den Haag, over Bram Vermeulen. Alsof we elkaar al jaren kennen.

Ik bezoek voormalig kamp Westerbork. Het maakt indruk.

Naast de vele en massale transporten naar Auschwitz waren er ook negentien transporten naar Sobibor, kom ik te weten. De ellende, de uitputting, het extreme samenleven onder dwang, het sadisme en de haat van de bewakers. Voor Hitler moest Nederland het quotum halen van 90.000 joden om ‘judenfrei’ te zijn.

Er werden uiteindelijk 102.000 mensen op transport gezet, bijna niemand keerde terug. Na de joden, Sinti en Roma kwamen NSB’ers, daarna de Molukkers, de parallellen met Kamp Vught zijn opmerkelijk en geven een dwarsdoorsnede van woelige jaren in Nederland.

Het kamp is goed gedocumenteerd, het is educatief sterk uitgebouwd, oa. met audiofragmenten vanuit roeste palen. Ik ben vroeg op het terrein en daardoor alleen.

Ik fiets verder naar Borger , het centrum van de Hunebedden, dwars door het Drentsche Aa gebied. Je struikelt hier over de hunebedden en grafheuvels uit de late prehistorie.

Vrijdag 7 april 2017

150.000 jaar geleden gingen gletsjers in het noorden van Europa smelten en ontelbare grote en kleine zwerfkeien volgden. De eerste Nederlanders die een transitie van jager naar landbouwer doormaakten rond 3200 voor Christus bouwden er hun hunebedden mee. Ze hadden een dubbele betekenis: begraafplaats maar ook afbakening van territorium.

Als ik na het museumbezoek naar Emmen fiets kom ik er tientallen tegen in het landschap, er zijn er 54 in kaart gebracht door wetenschappers. Fascinerend hoe onze voorouders met het thema van leven en dood bezig waren, hoe ze woonden, een kano bouwden, hout hakten. We spreken over de nieuwe steentijd, het brons is nog niet gekend.

In Emmen wil ik het oude dierenpark bezoeken dat nu een mensenpark is, maar het is potdicht. Ik doe het met een impressie, wil vandaag meer dan honderd kilometer zakken en een stuk oud veengebied in Duitsland fietsen. Enschede, Almelo, Ootmarsum … wie weet geraak ik rond Twente in de provincie Overrijssel?

De Vrienden op de fiets waren deze keer twee krachtige tachtigers, het is een kort maar hartelijk contact. Ik krijg een waar paradijs ter beschikking. Een Canvasreportage over de populariteit van Marine Le Pen zet aan tot nadenken, hoewel ik het lastig vind om te blijven kijken, het beangstigt me.

Een schattig boekje ‘Mijn droom voor ons land’, 6500 wensen en dromen aan de Koning ligt in het huis: ‘Mijn droom is om samen met buurtbewoners in gemeentelijke tuintjes en in onze eigen tuinen groenten te gaan telen. Een paprika moet bvb. uit Spanje worden geïmporteerd terwijl elke Nederlander deze ook in zijn eigen achtertuin kan produceren. Grasvelden, gemeentetuintjes en braakliggende bouwterreinen kunnen worden vervangen door kleine moestuintjes waar mensen bij elkaar komen en voor een stukje hun eigen voedsel produceren. Deze droom levert een grote winst op voor het milieu en enorme voordelen in de sociale behoeften van onze bevolking. ‘

Zaterdag 8 april 2017

Een oude school is verbouwd tot woonhuis, daar mag ik slapen. De Vrienden op de fiets zijn kunstenaars, buiten liggen grote wilgentenen gevlochten installaties. Elsbels zet me op weg naar Arnhem.

De tocht door Overrijssel was lastiger dan de vorige ritten én langer, 120 kilometer. Bekaf. Ootmarsum, de omgeving rond Denekamp, vooral het oude venengebied rond Weiteveen en Nieuw Schoonebeek was subliem.

Bij een kop thee leer ik het begrip ‘goed nabuurschap’ kennen. Onder boeren en plattelanders in Twente was dat nog niet zo lang geleden heel gewoon. Het gras afmaaien van elkaar, de papfles aan pasgeboren schapen geven. Een soort Letsen, onder dwang en zonder pluimen of andere klinkende munt.

Ik val nu van de ene aangename ontmoeting in de andere. Neem nu Cindy in het mooie Lochum. Ze is voor het oude stadhuis een picknicktafel aan het decoreren en blijkt festivals rond duurzaamheid op te zetten met allerlei burgerschapsinitiatieven van onderuit. Even verderop op de prachtige weg naar Zutphen ontmoet ik een twintigtal klootschieters. Ze rollen een bal uit kunststof zo ‘zuiver’ en ver mogelijk. De sport gaat terug tot 1492 en is typisch voor Twente, maar bestaat ook in Polen en Ierland. Ze peilen naar mijn plannen en ééntje vraagt of ik levensmoe ben.

De stad Zutphen is een oude vestingstad en een Hanzestad, net als Lubeck en Gdansk, toen nog Danzig aan de Oostzee. De ommuring zorgde voor bescherming maar ook voor grote problemen, de pest sloeg zwaar toe en de stad kende ademnood. Maar de ligging aan de Ijssel vandaag is geweldig, de gevels, kerken, zijn uit middeleeuwse  tijden, nu alles in bloei staat heb ik zelden zo’n prachtige en oude skyline gezien  vanuit de ommuurde buitenkant van de stad. Er was ooit een grote Joodse gemeenschap en de interreligieuze dialoog bestaat in Zutphen.

De weg naar Arnhem, de wind zit nu flink in de rug, passeert veel landgoed. Nogal wat rijke kolonialen uit Nederlands-Indië brachten hier hun oude dag door en kochten immense stukken land in de zoom van de Veluwe.

De entree in Arnhem is ook weer een voltreffer. Ik passeer ‘Donkhorst’, een park waar KNIL-militairen op rust, hun oude dag doorbrachten. Er is een museum aan verbonden en in het park staat het vol met moderne kunst.

Ik ga Turks eten in een gekleurd deel van de stad, de linzensoep en spaghetti is bijzonder smaakvol.

Bij Kees en Marwien is het ook weer goed toeven. Beiden zijn aardrijkskundigen. Marwien stond in het onderwijs en Kees werkte op de universiteit van Nijmegen. Hij schrijft oa. artikels voor de wijkkrant en deel zijn encyclopedische kennis over de wijk met me.

We praten over de ‘verdwaalde’ V1-bom die per vergissing Arnhem trof, de scheidingslijn is te zien aan waar de oude huizen eindigen en de nieuwbouw begint, ik slaap in het burgemeesterskwartier.

Kees weet alles over ruimtelijke ordening en zegt dat er in Nederland ook een begin is van ‘Belgische toestanden’. De meer strakkere regierol is opgeheven en de lokale autonomie zorgt voor meer wildgroei op vlak van inplanting van wonen en bedrijventerreinen. Als ik ga slapen stopt hij nog drie dikke boeken in mijn handen: ‘Elke dag angst’ van de Belgische historicus Pieter Serrien over de V-bommen op België, een ‘Historische Atlas van Arnhem’ en ‘Arnhem in beweging’ over architectuur en stedenbouw vanaf 1980. Slapen is voorlopig voor later.

In de historische atlas lees ik: ‘Bij de naam Arnhem denkt men vaak aan een ‘groene stad aan de Rijn’, in ieder geval roept hij bij niemand het beeld op van een zwartbewierookte industriestad. Dit groene beeld stamt uit de negentiende eeuw: Arnhem was toen vooral een woonstad van welvarende mensen. W. Huetink typeerde de stad zelfs als ‘het Haagje van het Oosten’. Er woonden hier toen inderdaad, net als in Den Haag, betrekkelijk veel mensen die in Indië rijk waren geworden. Ook trok Arnhem als wereldlijk bestuurscentrum veel regeerders, rechters en advocaten aan (…). Het andere gezicht van Arnhem- krotwoningen van de arbeiders- kwam niet in beeld. Het was verborgen achter de fraaie gevels van de herenhuizen. In de twintigste eeuw werden er in de stad een aantal onderkomens voor langdurig zieken gesticht. ‘

Zondag 9 april 2017

Naar Sevenum in Limburg! Kees raadde me aan om de LF3 te volgen langs de Maas. Marwien leidt me na een fantastisch ontbijt naar Oosterbeek waar Poolse en vooral Britse  voornamelijk zeer jonge gesneuvelde soldaten van de verschrikkelijke slag bij Arnhem in september ’44 een laatste rustplaats hebben. In Gelderland Fields, de graven worden net als in de Westhoek door Engeland onderhouden.

Langs de fietssnelweg naar Nijmegen, op zich al een bijzondere ervaring, het wemelt van de skaters, wandelaars en fietsers bots ik op een bijzonder stadslandbouwproject. De gemeente Arnhem heeft een flinke lap grond ter beschikking gesteld van een groep burgers. Het interessante is dat er een boeiende synergie wordt gerealiseerd tussen de stadsboeren, een groep mensen met een psychiatrische last  en een schapenboerin. Met haar heb ik een boeiend gesprek. Ze heeft Marokkaanse roots, getrouwd met een Nederlander heeft ze haar kudde tot ‘Dutch Moors’ gedoopt. Haar schapen geven mest die door de stadsboeren dankbaar wordt gebruikt. Zij is ZZP’er en heeft een resem vrijwilligers rond zich verzameld die op allerlei tijdstippen met haar kudde naar de heide trekken. De kwetsbare groep zit achteraan het terrein zodat ze de nodige rust en ‘eigen ruimte’ voor zich hebben. De opbrengst van de stadstuin gaat naar de Voedselbank, alles wat men zelf niet opeet of verwerkt wordt dus sociaal gedoneerd. Elk stadslandbouwproject is toch weer anders, legt andere accenten.

De groep burgers denkt eraan om met hun moestuin op te schuiven naar de kant van de weg. Omdat ze ‘wat achteraan’ zitten, is er toch een drempel voor buurtbewoners om aan te sluiten. Aanspreekbaarheid, benaderbaarheid … het blijft van het allergrootste belang voor het uitbouwen van de commons.

Ik slaap in Limburg, in Sevenum om precies te zijn, deelgemeente van Horst. De route langs de Maasvallei in de omgeving van Boxmeer is prachtig. Smalle fietspaden richting Vierlingsbeek slingeren door een bos-en weidelandschap.

Bij Vrienden op de fiets sla ik nieuwe verhalen op over de streek. Het is een drama voor veel mensen dat hun economische omgeving zo volatiel is, dat ze in een hyperkapitalistische en hyperglobale omgeving zich zo onzeker moeten weten. De champignonkwekerij ontsloeg van dag op dag 25 werknemers, intussen alweer tien jaar geleden. Mijn gastvrouw was erbij. Haar zoon werkt in een glasvezelbedrijf maar ook hier is de toekomst onzeker. We hebben onze economie al lang niet meer in eigen handen en de verliezers zitten vaak bij de kortgeschoolden. Dat schijnt in Kerkrade met de sluiting van de mijnen nog veel feller te zijn, daar wordt massaal voor de partij van Geert Wilders gestemd.

Maandag 10 april 2017

En plots … zit ik zwaar op mijn tandvlees. Het vat is af. Ik heb er geen andere verklaring voor. Van ellende bestel ik twee aspergesoepen in Weert en bereik ternauwernood het station van Hamont Achel.

Mijn vrouw pept me op. Alles kan nu aangenaam bezinken.

Ik leg 12 mappen aan, waarin alle opgestapelde documentatie over de 12 provincies wordt gesorteerd.

Het is goed geweest. Hier leg ik mijn zakdoekje neer.

Fietsen in Nederland, enkele lijnen :

  1. Er zijn fietsprojecten die serieus veel rock’n roll uitstralen zoals de fietssnelweg van Arnhem naar Nijmegen, het project kent ook een sterke ‘branding’ à zie foto’s
  2. Nederlanders zijn kampioenen in bewegwijzering (zowel korte als grotere lijnen worden bewegwijzerd), vb rond de Radboud Univ van Nijmegen
  3. De fietspaden zijn doorgaans zeer breed en comfortabel en gericht op grote groepen fietsers
  4. In alle grote steden kun je je fiets voor een bepaalde tijd stockeren, als dat voor 24 uur is zelfs gratis (Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Groningen)
  5. Aan de bushaltes valt op dat er op een ernstige manier werk is gemaakt van infrastructuur voor fietsers, ook aan de stations kunnen veel fietsen kwijt
  6. Fietsen in woonwijken of woonsteden heeft een prominente plek gekregen, sterke voorbeelden waren Houten in Utrecht en Lelystad in Flevoland
  7. Veel kernen zijn autoluw of autovrij, er zijn randparkings en fietsers zijn welkom, op drukke tijden overdag moeten ze wel afstappen in de winkelstraten
  8. Alles begint met ruimtelijke ordening, ook al is er ook sprake van een begin van ‘Belgische toestanden’, toch merk je dat de ruimte veel planmatiger is ingedeeld en overdacht
  9. Het netwerk van Vrienden op de fiets is subliem
  10. Fietsinfrastructuur is fijnmazig